X dient een aanvraag omgevingsvergunning in voor het legaliseren van een al gerealiseerde steiger op een perceel. De gemeente verleent de vergunning. De heffingsambtenaar kondigt vervolgens een legesheffing van in totaal € 1464,42 aan, gespecificeerd in posten voor een achteraf ingediende aanvraag, beoordeling aanvullende gegevens, een binnenplanse omgevingsplanactiviteit en welstandsadvies. X stelt uiteindelijk beroep. In geschil is of de heffingsambtenaar de aanslag leges voor de omgevingsvergunning tot legalisatie terecht heeft verhoogd wegens een achteraf ingediende aanvraag en wegens beoordeling van aanvullende gegevens, en daarmee de hoogte van de aanslag juist heeft vastgesteld.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de heffingsambtenaar de 50% verhoging voor het achteraf indienen van de aanvraag niet mag toepassen, omdat deze opslag niet ziet op een aan X individueel verleende dienst in de zin van art. 229 eerste lid onder b Gemeentewet maar op de handhavingstaak. Verder oordeelt de rechtbank dat de heffingsambtenaar art. 2.27 van de tarieventabel ten onrechte heeft toepast, omdat hij om aanvullende gegevens heeft verzocht voordat hij de aanvraag in behandeling heeft genomen. De heffingsambtenaar heeft daarom de opslag voor aanvullende gegevens ten onrechte bij X in rekening gebracht. De rechtbank laat de overige legesposten in stand en verlaagt de aanslag tot € 892.
Wetingang:
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 13 april
Informatiesoort: VN Vandaag