Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat een woning die wordt verhuurd aan studenten die gemeenschappelijke ruimtes delen, voor de zuiveringsheffing kwalificeert als bedrijfsruimte en niet als woonruimte.

X is eigenaar van een woning en verhuurt deze eerst aan vijf jonge mannen en daarna aan vier andere jonge mannen. Zij verklaren studenten te zijn die gezamenlijk één huishouden vormen. De heffingsambtenaar merkt de woning aan als bedrijfsruimte en legt een voorlopige aanslag zuiveringsheffing 2022 op. In geschil is of de woning voor de zuiveringsheffing als bedrijfsruimte of als woonruimte geldt.

Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat de verhuurde woning niet kwalificeert als woonruimte voor de zuiveringsheffing, maar als bedrijfsruimte. Omdat de bewoners niet beschikken over zelfstandige woonruimten met eigen voorzieningen, moet worden beoordeeld of het gehele pand als woonruimte kan worden aangemerkt. Dit is niet het geval, omdat de wisselende samenstelling van de groep studenten geen gezin of vergelijkbare leefeenheid vormt. Verder maakt X niet aannemelijk dat de aanslag voor hem onredelijk bezwarend is. Het hof verwerpt de beroepen op verschillende rechtsbeginselen en laat de aanslag in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Waterschapswet artikel 122C

Waterschapswet artikel 122D

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 2 april

Informatiesoort: VN Vandaag

148

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen