X heeft een affectieve relatie met Y, die via een BV eigenaar is van een woning. In 2007 tekenen zij een huurverklaring waarin staat dat X na overlijden van Y de beletage en het souterrain levenslang mag huren voor € 500 per maand, met indexatiemogelijkheid. Na het overlijden van Y merkt de inspecteur dit aan als schenking onder opschortende voorwaarde en legt X een ambtshalve aanslag erfbelasting op. In geschil is of de fictieve erfrechtelijke verkrijging uit het huurrecht moet worden verlaagd door huurindexatie en een impliciete metterwoonclausule.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het jaarlijks bedrag van de huur onzeker is omdat het werkelijke indexatiepercentage niet op voorhand vaststaat. Bij de waardering van de fictieve erfrechtelijke verkrijging moet daarom rekening worden gehouden met de indexatie van de huur. Daarnaast erkent de rechtbank een impliciete metterwoonclausule omdat het levenslange huurrecht van X eindigt wanneer zij ergens anders gaat wonen. Dit wordt toegepast als waardedrukkende factor van 25% op het vruchtgebruik. De belaste verkrijging wordt verminderd.
Wetingang:
Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 artikel 8
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Schenk- en erfbelasting, Inkomstenbelasting
Editie: 26 februari
Informatiesoort: VN Vandaag