X start in 2019 een eenmanszaak voor technisch en ingenieurs ontwerpadvies. Hij doet aangifte IB/PVV 2020 met een verlies uit onderneming van € 12.477 zonder omzet. De inspecteur vraagt meermaals om informatie en kostenspecificaties, maar ontvangt slechts beperkte gegevens. In oktober 2024 legt de inspecteur een aanslag op waarbij hij het verlies tot nihil corrigeert. X maakt bezwaar en stelt beroep in. In geschil is of de activiteiten van de eenmanszaak van X in 2020 een bron van inkomen vormen zodat het verlies uit onderneming aftrekbaar is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een bron van inkomen vereist dat redelijkerwijs voordeel te verwachten valt. Uit de resultaten van de eenmanszaak in 2019 tot en met 2023 blijkt dat X uitsluitend verliezen lijdt. X onderbouwt zijn stelling dat een innovatief product en een samenwerkingsverband alsnog winstgevend worden niet met objectieve stukken. De rechtbank ziet daarom geen objectieve voordeelsverwachting en kwalificeert de activiteiten niet als bron van inkomen. De inspecteur corrigeert het verlies uit onderneming terecht tot nihil, zodat de aanslag IB/PVV 2020 juist luidt.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 13 maart
Informatiesoort: VN Vandaag