X bezit meerdere woningen in gemeente E. De heffingsambtenaar legt X voor het jaar 2015 via één aanslagbiljet 675 aanslagen rioolheffing op voor in totaal € 215.223. De aanslag is gebaseerd op basis van de Verordening rioolheffing 2015 van toenmalige gemeente L, die is opgegaan in gemeente E. In de begroting 2015 staan geraamde baten van € 1.371.000 en geraamde lasten van € 1.367.000 exclusief BTW voor rioleringstaken. De heffingsambtenaar verstrekt in bezwaar en beroep diverse overzichten en specificaties van de geraamde lasten en baten. In geschil is of een marginale overschrijding van de opbrengstlimiet van de rioolheffing tot (partiële) onverbindendheid van de verordening leidt.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar met de overgelegde ramingen en toelichting aannemelijk maakt dat de door X betwiste posten reeds als lasten van de rioolheffing in de begroting zijn opgenomen. Door een onjuist toegepaste BTW-tarief op oudere investeringen vallen de lasten € 3681 te hoog uit, waardoor de geraamde opbrengst de limiet met 0,25% overschrijdt. De rechtbank oordeelt op basis van de arresten van de Hoge Raad, waaronder HR 10 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC3691, V-N 2009/18.37, dat een verhoudingsgewijs verwaarloosbaar kleine overschrijding geen (partiële) onverbindendheid veroorzaakt. De aanslag blijft in stand.
Wetingang:
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 20 februari
Informatiesoort: VN Vandaag