Oblastní nemocnice Kolín, a. s., nemocnice Středočeského kraje verricht gezondheidsdiensten waarvoor geen recht op BTW-aftrek bestaat. Om deze gezondheidsdiensten te mogen verrichten moet het ziekenhuis voor elk specifiek gebied van de gezondheidszorg een vergunning hebben en moet zij, om deze vergunning te verkrijgen, de aanwezigheid van een minimale uitrusting waarborgen. Het ziekenhuis verricht verder ook diensten die wel recht geven op BTW-aftrek. In geschil is de aftrek van de BTW. Volgens de Tsjechische Belastingdienst bestaat geen recht op aftrek met betrekking tot de prestaties voor het verrichten van gezondheidsdiensten. Het ziekenhuis stelt dat recht op aftrek bestaat voor de BTW die wordt geheven over de verwerving van goederen of diensten die deel uitmaken van de minimale uitrusting. De Tsjechische rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de wettelijke verplichting voor de aanwezigheid van een minimale uitrusting niet volstaat om vast te stellen dat er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen een dergelijke aankoop en de handelingen in een later stadium waarvoor recht op BTW-aftrek bestaat. Volgens het Hof van Justitie is uitsluitend de objectieve verhouding tussen de handelingen in een eerder stadium en die in een later stadium doorslaggevend. Anders loopt de uniforme toepassing van het EU-recht op dit gebied groot gevaar. Het Hof van Justitie verwijst daarbij naar zijn Becker-arrest (21 februari 2013, C‑104/12, V-N 2013/17.18).
Wetingang:
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht
Editie: 20 maart
Informatiesoort: VN Vandaag