X ontvangt in 2020 een WGA-uitkering van € 13.433 met ingehouden loonheffing € 2297 en in 2021 een WGA-uitkering van € 13.725 met loonheffing € 2245. X dient meerdere gewijzigde aangiften en verzoeken voorlopige aanslagen in met wisselende loongegevens van een werkgever. De inspecteur legt voorlopige aanslagen op die tot teruggaven leiden en stelt later definitieve aanslagen vast waarin hij alleen de WGA-uitkeringen en bijbehorende loonheffingen verwerkt, waardoor X over 2020 circa € 3388 en over 2021 € 236 moet betalen. In geschil is of de definitieve aanslagen IB/PVV 2020 en 2021 juist zijn en of voorlopige aanslagen bij X rechtens te beschermen vertrouwen wekken.
Hof Den Haag oordeelt dat de definitieve aanslagen IB/PVV 2020 en 2021 juist zijn, omdat de inspecteur aansluit bij de in zijn systemen opgenomen loongegevens. X maakt niet aannemelijk dat meer loonheffing op de WGA-uitkeringen drukt of dat hij additioneel loon geniet. Het hof oordeelt verder dat voorlopige aanslagen, gebaseerd op door X verstrekte gegevens, geen standpunt van de inspecteur vormen en daarom geen gerechtvaardigd vertrouwen wekken. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.4
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 31 maart
Informatiesoort: VN Vandaag