X BV levert in oktober 2021 elektriciteit aan drie tuinbouwbedrijven die tomaten telen op meerdere geografisch gescheiden locaties met eigen aansluitingen. Voor enkele locaties duiden WOZ-beschikkingen deze bedrijven als samenstel in de zin van art. 16 Wet WOZ. Bij aangifte EB en ODE voldoet X BV € 491.495. X BV gaat in bezwaar tegen de voldoening op aangifte en verzoekt daarin om teruggaaf omdat zij uitgaat van één aansluiting per samenstel, maar de inspecteur wijkt voor twee tuinbouwbedrijven af van de WOZ-objectafbakening en wijst het bezwaar af. De rechtbank verklaart het beroep van X BV ongegrond, waarna X BV hoger beroep instelt. In geschil is of de inspecteur bij de heffing van EB en ODE de gemeentelijke WOZ-beschikkingen verplicht moet volgen op grond van beleid en vertrouwensbeginsel.
Hof Den Haag oordeelt dat art. 47 WBM weliswaar een zelfstandige toets aan art. 16 Wet WOZ veronderstelt, maar dat het Besluit milieubelastingen van 28 juni 2019 ondubbelzinnig bepaalt dat de energiebelasting aansluit bij door gemeenten afgegeven WOZ-beschikkingen, tenzij meerdere gemeenten betrokken zijn. X BV mag hierop vertrouwen. Het Handboek milieubelastingen kan dit beleid niet inperken en de betreffende WOZ-beschikkingen zijn niet duidelijk onjuist. De Inspecteur moet de WOZ-beschikkingen voor de twee tuinbouwbedrijven volgen en € 12.010 aan EB en ODE teruggeven. Het hoger beroep van X BV is gegrond.
Wetingang:
Wet belastingen op milieugrondslag artikel 47
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Wet belastingen op milieugrondslag artikel 50
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Milieuheffingen
Editie: 3 maart
Informatiesoort: VN Vandaag