De Hoge Raad oordeelt dat de verzetsrechter ten onrechte geen acht heeft geslagen op de nieuwe argumenten die X in verzet heeft aangedragen tegen de WOZ-waarde.

X stelt beroep in tegen een WOZ-beschikking met als enige argument dat de gemeente de stijging van de waarde ten opzichte van het vorige jaar niet voldoende heeft onderbouwd. Rechtbank Limburg verklaart het beroep kennelijk ongegrond, omdat de WOZ-waarde van andere jaren geen betekenis heeft en X verder geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd. X gaat in verzet, waarbij hij met een serie nieuwe argumenten komt. De rechtbank oordeelt dat X in het verzetschrift met name heeft betoogd dat de waarde in vergelijking met het jaar daarvoor te fors is gestegen en dat in de bestreden uitspraak al is geoordeeld dat die grond niet kan slagen.

De Hoge Raad oordeelt dat de verzetsrechter ten onrechte geen acht heeft geslagen op de nieuwe argumenten die X in verzet heeft aangedragen tegen de WOZ-waarde. In verzet kunnen nieuwe argumenten naar voren worden gebracht als die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd bij een normale behandeling van de zaak (vgl. HR 2 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:711, V-N 2025/21.12). De verzetsrechter moet het verzet met inachtneming van die argumenten beoordelen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en doet de zaak zelf af door het verzet alsnog gegrond te verklaren. De gedingstukken laten namelijk geen andere conclusie toe dan dat de door X in verzet aangevoerde argumenten twijfel doen ontstaan over de uitkomst van het beroep bij de rechtbank. De rechtbank moet opnieuw beoordelen of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.54

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

76

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen