Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een verliesbeschikking ook buiten de aanslagtermijn kan worden vastgesteld en dat een verzoek daartoe dat buiten de aanslagtermijn is ingediend niet louter op die grond kan worden afgewezen.

X is een in 2008 naar het recht van Curaçao opgerichte vennootschap, statutair gevestigd in Curaçao. Na een vestigingsplaatsonderzoek stelt de inspecteur dat X en enkele andere aan haar gelieerde vennootschappen vanaf 2010 tot en met 2015 in Nederland zijn gevestigd. Aan deze andere vennootschappen zijn in 2020 vervolgens VPB-navorderingsaanslagen opgelegd. Volgens X heeft zij in de jaren 2010, 2012 tot en met 2015 verliezen geleden. In geschil is of de inspecteur terecht weigert om die verliezen bij beschikking vast te stellen. In beroep wordt de hoogte van de verliezen niet betwist door de inspecteur.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een verliesbeschikking ook buiten de aanslagtermijn kan worden vastgesteld en dat een verzoek daartoe, dat buiten de aanslagtermijn is ingediend niet louter op die grond kan worden afgewezen. De inspecteur kan met toepassing van de verlengde navorderingstermijn een verliesbeschikking herzien. De verlengde navorderingstermijn was op het moment van indienen van het verzoek van X voor alle jaren nog niet verstreken, zodat de verliesbeschikkingen alsnog conform haar verzoek worden vastgesteld.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 20A

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 20B

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting

Editie: 27 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen