Na uitspraak op bezwaar inzake een aanslag VPB 2019 gaat X in beroep bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De griffier stelt het griffierecht vast op € 365 en geeft X tweemaal de gelegenheid om dit te betalen. X beroept zich op betalingsonmacht maar verstrekt geen bewijs. De griffier wijst dit beroep af. De griffier verzendt daarop een aangetekende brief met een laatste betalingstermijn van vier weken. Volgens Track & Trace wordt de brief op het door X opgegeven adres afgeleverd. X betaalt niet binnen de termijn en geeft geen verklaring voor dit verzuim. In geschil is of het beroep ontvankelijk is wanneer X het griffierecht niet tijdig betaalt en geen verontschuldiging geeft.
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant stelt vast dat X het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft betaald en geen bewijs levert voor betalingsonmacht. Omdat geen uitzonderingsgrond aanwezig is, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet‑ontvankelijk.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.41
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.54
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 28 januari
Informatiesoort: VN Vandaag