De inspecteur stuurt een aanmaning naar X BV in verband met het indienen van de VPB-aangifte 2022. X BV dient de aanslag te laat in. De inspecteur legt vervolgens met dagtekening 31 januari 2025 een VPB-navorderingsaanslag 2022 op met een verzuimboete van € 2757. Na het bezwaar van X BV wordt de boete verminderd tot € 1000. X BV vindt dit nog te hoog en pleit voor vermindering naar € 500.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de verzuimboete van € 1000, wegens het te laat indienen van de VPB-aangifte 2022, te hoog is. De rechtbank acht, gelet op de vergelijkbaarheid van X BV met een eenmanszaak, het eerste verzuim en verbetergedrag, een boete van € 500 passend en geboden. Volgens de rechtbank is X BV, gelet op omzet en bedrijfsomvang, vergelijkbaar met een eenmanszaak. De rechtbank wijst daarbij ook op het lange eerste boekjaar. Dat een deel van het vermogen door middel van een lening aan de dga is aangewend voor de financiering van een eigen woning, is niet van belang.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 31 maart
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus