X NV verleent vermogensbeheersdiensten aan een pensioenfonds. Het pensioenfonds voert een beschikbare premieregeling uit die bestaat uit een opbouwfase en een uitkeringsfase. De deelnemer bouwt tegen betaling van premie een pensioenkapitaal op tijdens de opbouwfase. De waarde van het pensioenkapitaal wordt op de pensioenleeftijd omgezet in een levenslange gelijkblijvende uitkering. Vanaf dat moment begint de uitkeringsfase. Het pensioenfonds wordt gefinancierd door de pensioenontvangers. Het bijeengebrachte geld wordt belegd volgens het beginsel van risicospreiding. Het pensioenfonds staat onder bijzonder overheidstoezicht. Niet in geschil is dat het beheer van vermogen in de opbouwfase onder de financiële BTW-vrijstelling valt. In geschil is of deze BTW-vrijstelling ook van toepassing is op het beheer van het vermogen in de uitkeringsfase. Zo niet, dan is in geschil of sprake is van één samengestelde prestatie die onder de BTW-vrijstelling valt of dat de BTW-vrijstelling van toepassing is op het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op de opbouwfase.
De Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de financiële BTW-vrijstelling niet van toepassing is op de vergoeding voor de vermogensbeheersdiensten die X NV verricht aan het pensioenfonds. X NV maakt niet aannemelijk dat de deelnemers in de uitkeringsfase het beleggingsrisico dragen als omschreven in het arrest HvJ EU 5 september 2024, ECLI:EU:C:2024:688 (BPL Pensioen), V-N 2024/39.15. X NV maakt ook niet aannemelijk dat het Pensioenfonds vanuit het oogpunt van fiscale neutraliteit vergelijkbaar is met een pensioenfonds met een DC-regeling, zoals bedoeld in de Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 19 september 2024, nr. DGB/2014/5116 U, V-N 2014/52.14. Hierdoor geldt de financiële BTW-vrijstelling niet voor het beheer van vermogen in de uitkeringsfase.
Evenmin maakt X NV aannemelijk dat het beheer van vermogen in de uitkeringsfase kwalificeert als een bijkomende dienst die opgaat in het vermogensbeheer in de opbouwfase. De beheersdienst kan niet worden gesplitst in afzonderlijke componenten. De betaalde BTW is terecht voldaan. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 9 april
Informatiesoort: VN Vandaag