X bezit een garagebox. Voor 2022 legt de heffingsambtenaar een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) op als eigenaar en gebruiker, en rioolheffing als eigenaar. In bezwaar vernietigt de heffingsambtenaar de aanslagen voor OZB als gebruiker en rioolheffing, maar kent geen proceskostenvergoeding toe. X voert aan dat zijn gemachtigde een professioneel kantoor met meerdere werknemers heeft en werkt voor diverse klanten. De gemachtigde treedt echter hoofdzakelijk op voor familieleden en geeft geen concrete informatie over andere cliënten. In geschil is of X recht heeft op proceskostenvergoeding wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase.
Rechtbank Den Haag stelt vast dat X niet aantoont dat zijn gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Voor vergoeding moet vaststaan dat rechtsbijstand een duurzaam, op inkomensverwerving gericht onderdeel van werkzaamheden is. Een familierelatie sluit vergoeding niet uit, maar X moet bewijzen dat de gemachtigde ook voor niet-gelieerde cliënten werkt. Algemene stellingen over andere opdrachten en privacybezwaren vormen onvoldoende onderbouwing. Zonder concreet inzicht in de aard en omvang van overige werkzaamheden acht de rechtbank het beroepsmatige karakter niet aannemelijk. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 19 januari
Informatiesoort: VN Vandaag