De Staatssecretaris van Financiën keurt met toepassing van de hardheidsclausule goed dat er in een bepaalde situatie fiscaal niet hoeft te worden afgerekend bij een overgang van een aan een BV ter beschikking gesteld pand (tbs-pand) na een turboverdeling.

X en Y zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren zowel alle aandelen in een BV als een pand dat aan de BV wordt verhuurd. Op grond van artikel 3.92 Wet IB 2001 is hier sprake van een tbs-pand. Hun zoon krijgt na het overlijden van X alle aandelen van de BV en het hele tbs-pand toebedeeld krachtens legaat (een turboverdeling). Voor de overgang van de onderneming bestaat een doorschuiffaciliteit (art. 4.17a Wet IB), voor het tbs-pand niet. Omdat de onderneming in het tbs-pand wordt gedreven, oordeelt de staatssecretaris dat het in deze specifieke situatie onwenselijk is dat er over het pand moet worden afgerekend. De bewindsman verbindt aan de goedkeuring de voorwaarden dat de zoon de onderneming in de BV voortzet en de fiscale boekwaarde van het pand wordt doorgeschoven op de werkzaamheidsbalans van de zoon.

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 63

Wet inkomstenbelasting 2001 3.92

Wet inkomstenbelasting 2001 3.94

Wet inkomstenbelasting 2001 4.17a

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 10 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

510

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen