X doet aangifte IB/PVV 2021 met een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 18.476 en een box 3-inkomen van € 0, met bezittingen van € 36.342 en zonder schulden. De inspecteur legt conform de aangifte een aanslag op. X verneemt later dat haar vermogen een recht op huurtoeslag uitsluit en verzoekt ambtshalve vermindering met onder meer een DUO schuld, een creditcardschuld en een schuld voor zorgpremies 2021. De inspecteur verlaagt de rendementsgrondslag tot € 32.909 en neemt de DUO schuld en creditcardschuld, maar niet de zorgpremie, in aanmerking, met toepassing van de schuldendrempel van € 3200. X stelt beroep in.
In geschil is of de vooruitbetaalde premie zorgverzekering als box 3 schuld in de rendementsgrondslag telt en de schuldendrempel vervalt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij de rendementsgrondslag op grond van art. 9.4 in samenhang met art. 5.3 Wet IB 2001 vaststelt en daarom de box 3-regels inclusief de schuldendrempel toepast. De rechtbank beperkt zich tot de rendementsgrondslag en beoordeelt niet de toeslaggevolgen. Op 1 januari 2021 bestaat nog geen verplichting tot betaling van de jaarpremie zorgverzekering, zodat geen box 3 schuld ontstaat. Zelfs bij aangenomen verplichting vormt de zorgverzekering als samenhangend geheel van rechten en verplichtingen per saldo geen negatieve waarde. Vooruitbetaalde zorgpremies tellen daarom niet als schuld en de rendementsgrondslag van € 32.909 blijft in stand.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.3
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.4
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 31 maart
Informatiesoort: VN Vandaag