Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X de lening niet ten laste van de winst of als negatief ROW kan afwaarderen. De inspecteur maakt aannemelijk dat X een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard. Er is sprake van een onzakelijke lening.

De BV van X draagt per 1 januari 2017 de door haar gedreven onderneming over aan X, die de onderneming voortzet als eenmanszaak. De BV blijft de overnamesom van negatief € 445.170 schuldig. In deze overnamesom zit ook een vordering van X op de BV van € 319.626 verdisconteerd. De BV wordt op 1 december 2017 geliquideerd. X brengt het bedrag van € 445.170 ten laste van de winst. De inspecteur is het daar niet mee eens en corrigeert de aangifte. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de door X aan zijn BV verstrekte lening onzakelijk is en niet ten laste van de winst of als negatief ROW in aanmerking kan worden genomen. Een willekeurige derde, die niet een binding met de onderneming heeft als X, zou niet op dezelfde wijze hebben gehandeld. X gaat in beroep.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X de lening niet ten laste van de winst of als negatief ROW kan afwaarderen. De inspecteur maakt aannemelijk dat X een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard. Er is sprake van een onzakelijke lening. Gezien de precaire financiële situatie ten tijde van de overname moet het X duidelijk zijn geweest dat de BV de schuld niet kon en ook niet zou voldoen. Daarbij acht het hof onder andere van belang dat geen zekerheden zijn gesteld en geen aflossingsschema is overeengekomen. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 20 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen