Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de overdrachtsbelastingvrijstelling voor taakoverdracht van toepassing is op de verkrijging van een woningcomplex door X. De rechtbank kwalificeert de overdracht als een zelfstandig onderdeel van de volkshuisvestelijke taak van Y.

Woningcorporatie stichting X richt zich op reguliere sociale huisvesting. Woningcorporatie stichting Y richt zich landelijk op huisvesting van senioren en mensen met een zorgvraag. Beide instellingen zijn toegelaten instellingen in de zin van de Woningwet en zijn aangemerkt als ANBI. Y besluit complexen te verkopen die niet meer bij haar doelgroep passen. X en Y sluiten een overeenkomst van taakoverdracht voor de volkshuisvestelijke taak met betrekking tot een woningcomplex met 48 sociale huurwoningen. Y draagt dit complex en een daarmee samenhangende lening over aan X. Het complex valt daarna onder de prestatieafspraken die X met de gemeente maakt. In geschil is of X bij de verkrijging van het woningcomplex recht heeft op de overdrachtsbelastingvrijstelling voor taakoverdracht (art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV). Daarbij is dan met name aan de orde of sprake is van de overdracht van een zelfstandig taakonderdeel van Y waarbij alle taakgebonden activa overgaan.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de vrijstelling voor taakoverdracht (art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV) van toepassing is op de verkrijging van een woningcomplex door X. De rechtbank kwalificeert de overdracht als een zelfstandig onderdeel van de volkshuisvestelijke taak van Y. Er is geen sprake van de overdracht van alleen maar een losse onroerende zaak. De rechtbank overweegt daarbij dat de beoordeling of sprake is van een taakoverdracht, vanuit Y als overdrager moet plaatsvinden. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat Y haar reguliere sociale huisvesting afstoot en dat het woningcomplex een zelfstandig onderdeel van haar volkshuisvestelijke taak vormt. X zet dit als woningcorporatie integraal voort en intensiveert het. Ook bevat de overdracht alle activa en passiva die op deze taak betrekking hebben: het beheercontract kan niet overgaan omdat Y dit al had opgezegd. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV en art. 5d Uitv.besl. BRV. Het gelijk is aan X.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer artikel 5D

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Editie: 1 april

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen