Advocaat-generaal Wattel concludeert dat het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 (BWRV) van toepassing is en dat de inspecteur de voorziening verzekeringsverplichtingen (VVP) terecht heeft gecorrigeerd. X NV is aan te merken als een levensverzekeraar. Dit volgt onder andere al uit het feit dat de aandelenoverdracht is afgedwongen door DNB.

X NV vormt in 2016 als levensverzekeraar een Papillon fiscale eenheid met twee zustervennootschappen, waaronder B NV en C NV. DNB dwingt overdracht van de aandelen C NV aan D af voor € 1. Rechtbank Amsterdam keurt het overdrachtsplan goed. In de aangifte Vpb 2016 waardeert X NV de VVP op basis van de DNB-toereikendheidstoets € 45,2 mln hoger dan het BWRV toestaat en waardeert zij hypothecaire vorderingen in lijn met de commerciële jaarrekening op marktwaarde met een herwaardering van € 63,9 mln. De inspecteur corrigeert alleen de voorziening. Rechtbank Gelderland en Hof Arnhem-Leeuwarden volgen de inspecteur. X NV gaat cassatie in. Daarin stelt zij onder andere dat het BWRV niet van toepassing is omdat de overdracht van de verzekeringsverplichtingen is afgedwongen door de toezichthouder.

Advocaat-generaal Wattel concludeert dat het BWRV van toepassing is en dat de inspecteur de VVP terecht heeft gecorrigeerd. X NV is aan te merken als een levensverzekeraar. Dit volgt onder andere al uit het feit dat de aandelenoverdracht is afgedwongen door DNB. Dit bevestigt in de ogen van de A-G nou juist net dat X NV en de andere concernvennootschappen aan DNB-toezicht op het levensverzekeringsbedrijf zijn onderworpen en dus levensverzekeraars zijn. Ten aanzien van enkele andere cassatiemiddelen wijst de A-G er op dat daarbij, voor het eerst in cassatie, feitelijk onderzoek nodig is. In cassatie kan de Hoge Raad daar dan niet op ingaan. Verder gaat de A-G nog uitgebreid in op de opvatting van het hof dat de marktwaardering van de hypothecaire vorderingen al onherroepelijke fiscale gevolgen heeft gehad alleen maar omdat de ontvoegde zuster die waardering heeft voortgezet in een later jaar ter zake waarvan de aanslag onherroepelijk vaststaat. Dit in de ogen van de A-G rechtskundig onjuiste oordeel kan echter niet tot cassatie leiden. De A-G adviseert de Hoge Raad dan ook om het cassatieberoep ongegrond te verklaren.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 29

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 14 april

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen