X BV is een naar Nederlands recht opgerichte holding. Haar dochter drijft een makelaarskantoor. De middellijk enig aandeelhouder van X BV emigreert met zijn echtgenote naar het buitenland. In 2010 wordt de bestuurlijke zetel van X BV verplaatst naar Luxemburg en treedt Y SA op als bestuurder van X BV. Eind 2011 keert X BV € 10 mln. dividend uit. Over de vraag waar X BV in 2011 en 2013 is gevestigd, loopt nog een cassatieprocedure en over 2012, 2014 en 2015 lopen nog hoger beroepen. Voor 2016 en 2017 zijn conform de ingediende nihilaangiften VPB-aanslagen opgelegd. In geschil is of X BV in de jaren 2018 en 2019 in Nederland belastingplichtig was voor de VPB.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de werkelijke leiding van X BV wordt uitgeoefend door het bestuur in Luxemburg. X BV is daarom voor de toepassing van het belastingverdrag Luxemburg-Nederland in Luxemburg gevestigd en niet in Nederland.
Volgens de rechtbank heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat X BV in 2018 en 2019 in Nederland is gevestigd. Zo heeft de inspecteur onder andere voor de jaren vanaf 2016 geen feitenonderzoek gedaan naar de werkelijke vestigingsplaats van X BV. Er is geen reden voor omkering en verzwaring van het bewijs en de belastbare bedragen worden op nihil gesteld. Het beroep van X BV is gegrond.
Wetingang:
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht, Vennootschapsbelasting
Editie: 14 januari
Informatiesoort: VN Vandaag