De invulling en uitvoering van deze verzekering is duaal. Van rechtswege is de zelfstandige publiek verzekerd. Als de zelfstandige een andere verzekeringsbehoefte heeft, kan onder voorwaarden aanvullend een private verzekering worden afgesloten of gekozen worden voor een private verzekering in plaats van de publieke verzekering (opt out).
De doelgroep voor de nieuwe verzekering zijn alle natuurlijke personen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt en die als ondernemer winst uit onderneming genieten in de zin van de Wet IB 2001. Zowel IB-ondernemers die geen personeel in dienst hebben, als IB-ondernemers die dat wel hebben, vallen onder de reikwijdte van de kring van verzekerden van het voorstel. Onder meer zelfstandigen met ROW (resultaatgenieters) en DGA’s vallen niet onder de kring van verzekerden, evenals meewerkend partners. Het premiepercentage komt uit op ongeveer 5,4%. De grondslag voor de premieheffing en uitkering zijn gelijk, namelijk de winst uit onderneming voor aftrek van de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling in het belastingjaar. Verder geldt een maximum premie-inkomen. Voor zelfstandigen die ook inkomen als werknemer genieten geldt een premievrije voet. Voor de groep zelfstandigen die al een verzekering tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico heeft afgesloten, komt overgangsrecht. Ook wordt voorgesteld voor de premie voor de nieuwe publieke verzekering te voorzien in fiscale aftrekbaarheid als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Daarbij geldt, zoals wettelijk bepaald, dat aftrek mogelijk is in het jaar waarin de premie wordt betaald, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend is geworden.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.13
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.16
Wet financiering sociale verzekeringen
Wet financiering sociale verzekeringen
Wet financiering sociale verzekeringen
Rubriek: Inkomstenbelasting, Sociale zekerheid algemeen
Regelgevende instantie: Staten-Generaal
Editie: 26 maart
Informatiesoort: VN Vandaag