De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever binnen zijn ruime bevoegdheid is gebleven en dat geen sprake is van discriminatie. De verkorting van de looptijd is rechtsgeldig, ook al is geen nieuwe beschikking afgegeven.
Aan X BV is als werkgever een beschikking 30%-regeling afgegeven ten aanzien van een werknemer gedurende 1 april 2017 tot en met 31 januari 2024. In juni 2018 informeert de Belastingdienst X BV dat het kabinet voornemens is om de looptijd van de 30%-regeling per 1 januari 2019 te verkorten. In december 2018 informeert de Belastingdienst X BV dat het wetsvoorstel is aangenomen en wijst op het overgangsrecht. Er is geen nieuwe beschikking 30%-regeling afgegeven. In geschil is of de oude beschikking nog steeds rechtsgeldig is en kan worden toegepast zonder de inkorting van acht naar vijf jaren. Volgens Hof Amsterdam is de looptijd van de 30%-regeling met drie jaren verkort en is de nieuwe einddatum op grond van het overgangsrecht 31 januari 2021. X BV gaat in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever binnen zijn ruime bevoegdheid is gebleven en dat geen sprake is van discriminatie. Dit volgt uit HR 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:123, r.o. 4.1.2 t/m 4.4, V-N 2026/9.12. De verkorting van de looptijd is rechtsgeldig, ook al is geen nieuwe beschikking afgegeven. Het cassatieberoep van X BV is ongegrond.
Wetingang:
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10EC
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 14
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31A
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Loonbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 13 april
Informatiesoort: VN Vandaag