Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht een IB-aanslag voor het jaar 2015 aan X heeft opgelegd. Daarbij wordt de stelling van X verworpen dat de aanslag voor het jaar 2012 had moeten worden opgelegd.

X woont sinds 2002 in Zuid-Afrika en houdt de aandelen in A BV. Op de balans van A BV staat een pensioenvoorziening van € 63.000 ten behoeve van X. Verder heeft A BV een vordering van € 713.000 op X. De winstreserves bedragen € 760.000. A BV wordt in 2015 bij de KvK uitgeschreven. De inspecteur is van mening dat A BV in 2015 is geliquideerd en dat de pensioenaanspraak is afgekocht en verrekend met de schuld van X aan A BV. De inspecteur belast daarom een pensioen van € 130.000 en een dividenduitkering van € 750.000. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat A BV in 2015 door de liquidatie de vordering op X heeft prijsgegeven, omdat X aandeelhouder was. De rechtbank verminderd uiteindelijk het biww nog wel naar € 63.972.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht een IB-aanslag voor het jaar 2015 aan X heeft opgelegd. Daarbij wordt de stelling van X verworpen dat de aanslag voor het jaar 2012 had moeten worden opgelegd. In dat jaar heeft de KvK echter alleen maar de inschrijving van A BV wegens opheffing van de vestiging ambtshalve doorgehaald. Deze doorhaling is slechts een (administratieve) maatregel die ertoe strekt te waarborgen dat het handelsregister juist, actueel en volledig is. Het hof wijst er op dat de rechtspersoon als gevolg van een ambtshalve doorhaling blijft bestaan en opnieuw kan worden ingeschreven, tot het moment van ontbinding. Ook verwerpt het hof de stelling van X dat sprake is van een ambtelijk verzuim omdat in verband met de emigratie geen conserverende aanslag is opgelegd. Het feit dat van die mogelijkheid geen gebruik is gemaakt leidt niet tot een ambtelijk verzuim en neemt niet weg dat de inspecteur de IB-aanslag 2015 aan X kan opleggen. Het belastbare feit is in dit geval niet de emigratie van A, maar de ontbinding van de BV in 2015. Uit de wet volgt niet dat een conserverende aanslag is vereist voorafgaand aan een aanslag over een later belastingjaar. Het hof vermindert de aanslag uiteindelijk nog wel omdat de rechtbank het biww heeft verminderd naar € 63.972, terwijl dit € 63.672 had moeten zijn.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.13

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 19B

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Internationaal belastingrecht, Loonbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 31 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen