X BV exploiteert een park met 35 chalets en huisvest daar arbeidsmigranten. Volgens het handelsregister bestaan haar activiteiten onder meer uit het huisvesten van arbeidsmigranten. De heffingsambtenaar legt X BV voor 2022 een aanslag zuiveringsheffing van € 5081 op, berekend naar 90,7 vervuilingseenheden. Daarnaast legt de heffingsambtenaar een aanslag toeristenbelasting 2022 van € 48.609 op, gebaseerd op de aangifte met 175 slaapplaatsen en 40.508 overnachtingen tegen € 1,20 per overnachting. Geen arbeidsmigrant staat in 2022 in de BRP ingeschreven. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, waarna X BV hoger beroep instelt. In geschil is of de aanslagen zuiveringsheffing en toeristenbelasting 2022 terecht en tot de juiste bedragen aan X BV zijn opgelegd, mede gelet op haar heffingsplicht en het gelijkheidsbeginsel.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X BV de chalets volgtijdig ter beschikking stelt en daarom heffingsplichtig is voor de zuiveringsheffing; haar enkele verwijzing naar een factuur en grootboekkaart maakt geen ander gebruik aannemelijk. Haar berekening met 35 chalets en 3 vervuilingseenheden per chalet leidt tot meer vervuilingseenheden dan de aanslag en verbetert haar positie niet. Voor het gelijkheidsbeginsel stelt X BV geen concrete vergelijkingsgevallen. Voor de toeristenbelasting ziet het hof geen reden af te wijken van de in de aangifte opgegeven 40.508 overnachtingen. X BV maakt haar stellingen over BRP-inschrijving en coronabeperkingen niet aannemelijk; verschillen met andere gemeenten schenden het gelijkheidsbeginsel niet. Het hof verklaart het beroep ongegrond.
Wetingang:
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 3 april
Informatiesoort: VN Vandaag