Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X geen recht heeft op aftrek elders belast omdat het pijpenlegschip niet in internationaal vervoer wordt geëxploiteerd maar primair pijpleidingen legt.

Belanghebbende, X, woont in 2018 en 2019 in Nederland en werkt als maritiem engineer voor een Zwitserse werkgever aan boord van een pijpenlegschip dat is bedoeld voor de installatie van onderzeese pijpleidingen voor olie- en gastransport. Het schip heeft een relatief groot laadvolume en vervoert ook de benodigde pijpen en onderdelen. X geeft in zijn aangiften IB/PVV 2018 en 2019 zijn loon aan als buitenlandse inkomsten uit tegenwoordige arbeid en verzoekt om aftrek elders belast. De inspecteur wijst dit verzoek af.

De rechtbank oordeelt dat de hoofdactiviteit van het schip pijpenleggen is. Het transport van pijpen en personeel wordt gezien als ondersteunend aan die hoofdtaak en telt daarom niet meer als internationaal vervoer onder het verdrag. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat buitenlandse uitspraken betrekking hebben op andere verdragen en dus geen rechtens gelijke gevallen opleveren. Het gelijk is aan de inspecteur. De beroepen van X zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting artikel 15

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Internationaal belastingrecht, Europees belastingrecht

Editie: 19 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen