Artikelen van Eric van Uunen
De kogel is door de kerk. In het coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ van D66, VVD en CDA staat dat de beoogde regeringspartijen voor box 3 kiezen voor een vermogenswinstsystematiek in plaats van een vermogensaanwassystematiek.

De staatssecretaris van Financiën heeft op 14 januari 2026 antwoord gegeven op Kamervragen gesteld door Inge van Dijk (2025Z17851) en door Luc Stultiens (2025Z18294) over het bericht in het Financieele Dagblad van 21 september 2025 dat spaarders en woningbeleggers de vermogenstaks eenvoudig kunnen ontwijken door middel van het vervroegd innen van rentebedragen en cessie van huurpenningen.

Er laait in de vakliteratuur een bijzonder boeiende discussie op over cessie van huurpenningen van een woning in box 3 in de tegenbewijsregeling van box 3. Daarover heb ik nog wat te verhakstukken. De hamvraag luidt in welke vorm het cederen van toekomstige huurpenningen van een woning leidt tot een waardedruk van die woning. Het belang is de fiscale behandeling in box 3: blijft de woning na de cessie gewaardeerd op de WOZ-waarde staan of dient een genotsrecht op die waarde in mindering te worden gebracht.

De Hoge Raad bepaalde in zijn arrest van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1788, r.o. 5.5., V-N 2025/2.4) dat het voordeel wegens het eigen gebruik van een tweede woning zou moeten behoren tot het werkelijk rendement. Alleen het is de taak van de wetgever om de omvang van dat voordeel te bepalen. En dat had de wetgever nog niet gedaan, zodat de Hoge Raad geen kwantitatieve aanknopingspunten kon vinden om de omvang van dat voordeel wegens eigen gebruik van onroerende zaken te bepalen. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat een belastingplichtige geen rekening hoeft te houden met een te belasten voordeel uit eigen gebruik van onroerende zaken.

Als een belastingplichtige met vastgoed in het buitenland heeft uitgerekend dat zijn werkelijk rendement lager of hoger is dan zijn forfaitair rendement, moet hij eerst goed nadenken alvorens hij zijn OWR-formulier indient. Hij kan namelijk zichzelf door het wel of niet indienen in de vingers snijden. Zo kan hij – ondanks dat zijn werkelijk rendement hoger is dan zijn forfaitair rendement – toch een lagere box 3-aanslag krijgen.

Het recente arrest van de Hoge Raad van 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1176, V-N 2025/34.20.1, wekt bij een aantal mensen de suggestie dat je geen box 3-heffing hoeft te betalen over een woning in het buitenland (in dit geval Frankrijk). Helaas, dat is beslist niet zo…

Het kabinet heeft op de box 3-arresten van 2024 gereageerd met voorstel ‘Wet tegenbewijsregeling box 3’ (TK 36706). Dat voorstel is inmiddels door de Tweede Kamer op 12 juni 2025 aanvaard, en ligt nu in de Eerste Kamer.

Bij de berekening van het box 3-inkomen dient men alert te zijn als het gaat om vorderingen en schulden met een vaste rente. Ik heb al meerdere columns aan dit onderwerp gewijd, zie onder andere TaxLive van 30 december 2024, “Box 3: vorderingen en schulden op de gong van Bohemian Rhapsody”. Ook politiek Den Haag heeft de problematiek van de waardering van vorderingen en schulden inmiddels onderkend. Reden om hier nog één laatste keer aandacht voor te vragen.

In de voorgestelde Wet tegenbewijsregeling box 3 wordt het zakelijkheidsbeginsel geïntroduceerd bij de verhuur en het eigen gebruik van vastgoed en voor leningen tussen gelieerde partijen. In dit tweede en laatste deel van een columnreeks over het zakelijkheidsbeginsel, behandel ik de rente bij leningen tussen gelieerde partijen.

In de voorgestelde Wet tegenbewijsregeling box 3 wordt het zakelijkheidsbeginsel geïntroduceerd bij de verhuur en het eigen gebruik van vastgoed en voor leningen tussen gelieerde partijen. In twee columns ga ik in op dit zakelijkheidsbeginsel, te beginnen met de verhuur en het eigen gebruik van vastgoed.
