Artikelen van Percy Draijer
Recent zag ik in de praktijk twee nagenoeg identieke situaties. Na vragen van de inspecteur aan (de belastingadviseur van) de belastingplichtige over ingediende aangiften – waarop adequaat was gereageerd – bleef het enige tijd stil. Kort daarna was er een onaangekondigd bezoek van de FIOD bij het belastingadvieskantoor met een vordering tot afgifte van stukken (art. 126nd Sv). Daarbij werd ook kenbaar gemaakt dat de opsporingsdienst de betrokken adviseurs als getuige wilde horen. Hoe dient de adviseur in deze situatie te handelen?

Verdachten die voor het eerst te maken krijgen met een onderzoek van de FIOD, stellen vrijwel altijd dezelfde vragen: hoe lang gaat dit duren, welke straf kan ik verwachten en hoe groot is de kans dat ik word veroordeeld?

In het belastingrecht hebben belastingadviseurs, op grond van het fair play-beginsel, een zogenoemd informeel verschoningsrecht ten aanzien van – kort gezegd – verstrekte fiscale adviezen. De inspecteur handelt in strijd met dit beginsel indien hij dergelijke informatie opvraagt tijdens een controle bij de belastingadviseur, de belastingplichtige of derden.
