De generieke renteaftrekbeperking in de VPB, bekend als de earningsstrippingmaatregel, wordt volgend jaar verder aangescherpt. Het aftrekpercentage van 30% gaat dan naar 20%. Deze aanscherping stuit fiscalist Bartjan Zoetmulder tegen de borst. “Hiermee doet het kabinet de titel ‘kabinet van de gebroken beloftes’ eer aan. Het evenwicht raakt nog verder verstoord. Het bedrijfsleven komt terecht in verzet.”

Aanscherping

De aanscherping van de earningsstrippingmaatregel is met een nota van wijziging opgenomen in het Belastingplan 2022. Door deze op 1 januari 2019 ingevoerde maatregel is de gesaldeerde rente op bank- en concernleningen nog maar aftrekbaar tot maximaal 30% van het bruto (belastbare) bedrijfsresultaat (EBITDA) of tot € 1 miljoen. Het restant wordt doorgeschoven naar volgende jaren.

Vanaf 2022 gaat het aftrekpercentage van 30% omlaag naar 20%. Deze verlaging levert structureel zo’n € 735 miljoen op en dient ter dekking van de door de Tweede Kamer aangenomen motie Hermans voor onder meer een (verdere) verlaging van de verhuurderheffing voor woningcorporaties en een verbetering van de salarissen in het primaire onderwijs en voor zorgpersoneel.

Kabinet van de gebroken beloftes

De verlaging van het aftrekpercentage van de earningsstrippingmaatregel schiet Zoetmulder in het verkeerde keelgat. “Het kabinet doet zijn titel ‘kabinet van de gebroken beloftes’ eer aan,” zegt de fiscaal partner Investment Management/Real Estate-praktijk bij Loyens & Loeff. “Bij aantreding in 2017 zag het derde kabinet Rutte het bedrijfsleven nog als de motor van onze economie. Daar waar destijds een lastenverlichting werd beloofd, is echter een belastingverzwaring de afgelopen jaren de zure waarheid.”

Zoetmulder vervolgt: “Het kabinet beloofde dat de opbrengst van de grondslagverbreding ter bestrijding van belastingontwijking voor het bedrijfsleven zou worden gecompenseerd. Grondslagverbreding in ruil voor tariefsverlaging, in belang van het investeringsklimaat. Inmiddels weten we dat daar voor het hoge VPB-tarief niets van terecht is gekomen. In 2022 gaat het hoge VPB-tarief zelfs naar 25,8% ondanks de verlaging van het aftrekpercentage van de earningsstrippingmaatregel. De belofte blijkt dus eens te meer een loze belofte.”

Alleen maar verliezers

In te voeren belastingmaatregelen kennen vaak winnaars en verliezers, maar deze aanscherping van de earningsstrippingmaatregel kent in de ogen van Zoetmulder alleen maar verliezers: bepaalde marktsegmenten worden extra hard getroffen, het level playing field neemt alleen maar verder af en dat schaadt iedereen.

Extra last

De aanscherping van de earningsstrippingmaatregel raakt onder andere de vastgoed- en de bouwsector. Zoetmulder: “Dit zijn bij uitstek sectoren die afhankelijk zijn van externe financieringen. Maar los van het mkb dat door de € 1 miljoen drempel grotendeels is uitgezonderd, is de maatregel voor kapitaal intensieve bedrijven met lagere winstmarges en die afhankelijk zijn van geldleningen bij de bank, een enorme lastenverzwaring. Met de verlaging van het aftrekpercentage naar 20% kunnen zij nog minder externe rente aftrekken en wordt er nog meer aan rente voortgewenteld.”

Van de € 735 miljoen die deze verlaging structureel oplevert, wordt € 143 miljoen opgehoest door woningcorporaties. Het kabinet compenseert dit met een extra verlaging van de verhuurderheffing. Zoetmulder is benieuwd hoeveel van de € 735 miljoen wordt opgehoest door overige woningbeleggers. “Zij halen straks een lager rendement op hun woningen. Ik voorspel dat dit zal worden afgewenteld, bijvoorbeeld in de vorm van een hogere huur. Daarmee heeft de aanscherping van de earningsstrippingmaatregel mogelijk een onvoorzien negatief effect op de toch al ernstig verstoorde woningmarkt.”

Nog onevenwichtiger

Volgens Zoetmulder maakt de verlaging van het aftrekpercentage van de earningsstrippingmaatregel naar 20% het renteaftreksysteem nog onevenwichtiger. “Het doel dat je met deze aftrekbeperking eigen en vreemd vermogen meer gelijk behandelt is misschien logisch voor concernleningen, maar de earningsstripping geldt, als enige aftrekbeperkende regeling, ook voor externe leningen, onafhankelijk waar die vandaan komen. Als je het aftrekpercentage aanscherpt, raakt het die externe leningen eerder. De rentebate is daarentegen wel belast bij de bank, waardoor er dus dubbele heffing zal optreden. Het toch al onevenwichtige systeem wordt nog instabieler."

Level playing field ver zoek

Bij de implementatie op 1 januari 2019 van de earningsstrippingmaatregel uit de eerste Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD1) koos het kabinet met een aftrekpercentage van 30%, geen groepsuitzondering en een drempel aan aftrekbare rente van € 1 miljoen voor een zéér strikte invoering. Veel van onze buurlanden kennen een drempel van € 3 miljoen en hanteren een groepsuitzondering. Nederland loopt dus al uit de pas.

Zoetmulder: “Met de verlaging van het aftrekpercentage naar 20% gaan we nog verder uit de pas lopen. En dan denkt het kabinet nog na over antifragmentatieregels om het risico te beperken dat bedrijven zich ‘opknippen’ om vaker gebruik te kunnen maken van de € 1 miljoen-drempel. Als in die antifragmentatieregels geen groepsescape wordt ingebouwd, heeft Nederland de renteaftrek dusdanig uitgeknepen dat we binnen Europa volledig uit de pas lopen. En het toch al zo ingewikkelde stelsel wordt alleen maar complexer. Ook voor de Belastingdienst. Er waren ook alternatieven denkbaar, zoals het laten varen van de verlenging van de eerste schijf van de VPB (naar 395.000 euro). Zou daarover nagedacht zijn? Bijvoorbeeld in het licht van het globaal evenwicht tussen IB ondernemers en DGA’s.”

Niet slimmer dan de buren, wel dommer

“Met de komst van ATAD1 en ATAD2 kun je tegenwoordig misschien niet meer slimmer zijn dan je buren,” waarschuwt Zoetmulder, “maar wel dommer. Met de zoveelste gebroken belofte en deze aanscherping van de earningsstrippingmaatregel plaatst Nederland zich buiten de Europese belastingorde en schaadt ze het investeringsklimaat.”

Terecht verzet

Dat het kabinet bereid is om wederom, zonder blikken of blozen, het grote bedrijfsleven de rekening te presenteren van het wensenlijstje van de Tweede Kamer, vindt Zoetmulder het meest pijnlijke van dit hele verhaal. “Ik snap dat extreme tijden en grote thema’s extreme maatregelen rechtvaardigen, en ben me bewust van de grote steun zoals NOW aan het bedrijfsleven in brede zin, maar je kunt niet onbeperkt steeds maar weer opnieuw de rekening bij het grote bedrijfsleven neerleggen. Die moeten per slot van rekening wel de banen blijven verzorgen en daar hebben we groot- en kleinbedrijf beiden voor nodig.”

“Van een beloofde lastenverlichting aan het begin van kabinet Rutte III is inmiddels sprake van een lastenverzwaring van meer dan € 5 miljard bij bedrijven,” vervolgt Zoetmulder. “Met de aanscherping van de earningsstrippingmaatregel en de VPB-tariefsverhoging naar 25,8% komt daar nog eens structureel ruim € 1,2 miljard bovenop. Het houdt een keer op! Dat het bedrijfsleven in verzet komt, is meer dan terecht. Het recent aangevulde manifest van VNO-NCW omdat het Nederlandse vestigingsklimaat voor bedrijven verslechtert, kan ik alleen maar van harte ondersteunen. Een stabiel en gunstig fiscaal systeem staat misschien niet op één, maar is wel een cruciale randvoorwaarde om een aantrekkelijk vestigings- en investeringsland te blijven.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Dossiers: Prinsjesdag 2021

Rubriek: Vennootschapsbelasting

  965
Gerelateerde artikelen