Afspraken in een echtscheidingsconvenant kunnen in het jaar vóór scheiding niet zorgen voor een andere verdeling van eigenwoningaftrek. Dat beslist Rechtbank Zeeland-West-Brabant 

De zaak (25 augustus 2022, nr. 2021/2956, ECLI:NL:RBZWB:2022:5043) gaat als volgt. Een man en een vrouw scheiden op 19 februari 2020. Beiden zijn eigenaar van dezelfde woning. Tot 2019 stonden zij op hetzelfde woonadres ingeschreven en waren zij elkaars fiscale partner.

In het echtscheidingsconvenant is opgenomen dat beiden vanaf 2019 de daadwerkelijk zelf betaalde hypotheekrente aftrekken. De man neemt hier bij zijn aangifte 2018 alvast een voorschot op door het gehele bedrag aan saldo inkomsten en aftrek eigen woning in zijn aangifte op te nemen. De vrouw neemt een deel van de eigen woningaftrek in haar aangifte op.

De man is van mening dat het echtscheidingsconvenant ook ziet op de afhandeling van onderlinge vorderingen en schulden uit de periode voor de scheiding. De rechtbank is het hier niet mee eens. Man en vrouw waren het gehele jaar 2018 elkaars partner. Het echtscheidingsconvenant houdt niet in dat voor het jaar 2018 voor een andere verdeling dan bij helfte is gekozen. Het echtscheidingsconvenant bepaalt pas op welke wijze door belanghebbende en zijn ex-partner aangifte wordt gedaan vanaf het jaar 2019.

Belang voor de praktijk

Volgens art 2.17 lid 2 Wet IB 2001 kunnen de belastingplichtige en zijn partner bij het doen van hun aangifte kiezen in welke onderlinge verhouding ze bepaalde inkomensbestanddelen aangeven. Als er geen keuze is gemaakt, of de gekozen verdeling telt niet op tot 100%, dan vindt de toerekening van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel fictief plaats op grond van art. 2.17 lid 3 Wet IB 2001. Deze fictie houdt in dat bij ieder de helft van deze toe te rekenen inkomensbestanddelen in aanmerking wordt genomen.

De keuze voor de verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel moet door de belastingplichtige en zijn partner volgens art. 2.17 lid 2 Wet IB 2001 gezamenlijk worden gedaan. Als zo'n gezamenlijke keuze voor de verdeling is gedaan, kan de inspecteur niet afwijken van die keuze. Natuurlijk is hiervoor wel vereist dat beiden nog samen ‘door één deur kunnen’. Helaas wijst de praktijk veelal anders uit.

Op de website van de Belastingdienst is een brochure te vinden waarin een aantal fiscale aandachtspunten genoemd staat waar rekening mee moet worden gehouden bij het opstellen van het echtscheidingsconvenant. Zo wordt daar onder andere ingegaan op de vraag wanneer het beter is om apart of samen aangifte inkomstenbelasting te doen.

Bron: Legal en Compliance Nationale Nederlanden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Huwelijksvermogensrecht

Informatiesoort: Nieuws

  617
Gerelateerde artikelen