Het ontbreken van een algemene anticumulatieregeling in het consultatievoorstel Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap is een ernstig en principieel gebrek in het consultatievoorstel. Dit schrijft de NOB in een nadere reactie op het conceptvoorstel. Goede wetgeving houdt in dat hetzelfde inkomen niet twee of meer keer wordt belast, aldus de Orde.

De regeling in het voorgestelde artikel 10a.22 Wet IB 2001 van het consultatievoorstel (de vervreemdingskorting) is volgens de Orde ontoereikend. Deze regeling geldt slechts voor fictieve dividenduitkeringen:

  • die in 2022 hebben plaatsgevonden,
  • als het gehele aanmerkelijk belang wordt vervreemd, en
  • leidt slechts tot een vermindering van het vervreemdingsvoordeel tot nihil (een verlies kan niet ontstaan).

Bovendien meent de Orde dat vervreemding van het gehele aanmerkelijk belang geen goed aanknopingspunt is. Het uitbreiden van de vervreemdingskortingsregeling naar elke vervreemding van een aanmerkelijk belang (ongeacht of daarna nog een resterend aanmerkelijk belang overblijft) en tot alle fictieve reguliere voordelen (ook die na 2022 hebben plaatsgevonden) zou een verbetering zijn, maar nog steeds onvoldoende om cumulatie geheel weg te nemen. Dit, omdat cumulatie dan nog steeds alleen maar bij vervreemdingsvoordelen wordt voorkomen. Ook bij latere ‘echte’ reguliere voordelen zou idealiter cumulatie moeten worden voorkomen. Om diezelfde reden zou ook een anticumulatieregeling die alleen aangrijpt bij reguliere voordelen tekort schieten. De anticumulatieregeling dient aan te grijpen bij zowel de vervreemdings- als de (‘echte’) reguliere voordelen.

Alternatieven

De Orde geeft in deze nadere reactie de randvoorwaarden weer waar een anticumulatieregeling blijkens het consultatievoorstel aan moet voldoen. Vervolgens geeft de Orde drie mogelijke alternatieven voor anticumulatieregelingen:

  1. Verhogen verkrijgingsprijs met het fictieve reguliere voordeel dat in aanmerking is genomen
  2. Negatief fictief regulier voordeel bij aflossing excessieve lening
  3. Een tax credit geven voor de daadwerkelijk verschuldigde inkomstenbelasting die verschuldigd is als gevolg van een fictief regulier voordeel wegens excessief lenen bij de eigen vennootschap.

Lees de hele reactie van de NOB.

 

Bron: NOB

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: Nieuws

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

  391
Gerelateerde artikelen