Staatssecretaris Wiebes heeft een eerste voorgangsrapportage over de Wet DBA (het afschaffen van de VAR) naar de Tweede Kamer gezonden. In de brief kondigt hij een aantal nieuwe maatregelen aan om de gang van zaken rond de modelovereenkomsten te versoepelen. Zo wordt er bijvoorbeeld extra capaciteit ingezet om de voorgelegde overeenkomsten te beoordelen en komt er een register waar bezien kan worden of een bepaalde overeenkomst is goedgekeurd. De staatssecretaris herhaalt ook nog eens dat "goedwillende" ondernemers geen boetes krijgen opgelegd tot 1 mei 2017.

Samenvattend stelt hij dat men zich in de regel geen zorgen hoeft te maken. Echter helaas is dit niet waar. De staatssecretaris zegt bijvoorbeeld dat er geen boetes worden opgelegd. Naheffingen echter zijn formeel geen boetes, maar voelen wel als zodanig. Dat niet iedereen de toekomst zorgenvrij tegemoet kan zien valt ook in de brief te lezen. De staatsecretaris stelt dat er (veel) situaties zijn waar vroeger met een goede VAR werd gewerkt (VAR WUO of VAR DGA) maar nu gewoon inhoudings- en afdrachtplicht gaat gelden voor de loonheffingen.  In de bijlage bij de brief geeft hij bijvoorbeeld aan dat bij een tussenkomstovereenkomst als vuistregel geldt (voor de afwezigheid van een dienstbetrekking) dat zo'n overeenkomst niet langer dan 8 maanden duurt. Uit ervaring weten wij dat dergelijke overeenkomsten voor langere tijd worden aangegaan. De staatssecretaris stelt weliswaar dat de intermediair tegenbewijs kan leveren bij een langere periode, maar ook dat de Belastingdienst dat kan doen bij een kortere periode. Kortom er zijn genoeg redenen om zich zorgen te maken over de Wet DBA en ook over de brief aan de Tweede Kamer. Over de kern van het probleem, of de regels die bepalen wanneer sprake is van een dienstbetrekking nog wel van deze tijd zijn en of die regels niet moeten worden aangepast, wordt met geen woord gerept.

 

 

Bron: BDO

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting

0

Gerelateerde artikelen