In navolging van de Rechtbank Rotterdam heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage ook de legesverordening omgevingsvergunning van de gemeente Rotterdam onverbindend verklaard en de bijbehorende aanslagen bouwleges vernietigd. Tot 2016 hanteerde de gemeente een zogeheten zaagtand-model bij het bepalen van de hoogte van de aanslagen leges. Hierdoor ging de hoogte van de legesaanslagen telkens met sprongen omhoog, hetgeen het Hof als onredelijk en willekeurig heeft bestempeld. Vanaf 2016 heeft de gemeente Rotterdam haar tarieventabel flink aangepast waardoor de hoogte van de aanslag geleidelijk oploopt met de hoogte van de bouwsom.

De uitspraak

Het Hof bevestigde de uitspraak van rechtbank Rotterdam dat de tarieventabel van de gemeente Rotterdam leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing. Als gevolg hiervan werd de legesverordening onverbindend verklaard en de aanslagen, waartegen beroep was aangetekend, vernietigd.
 
In de gemeente Rotterdam is de hoogte van de te betalen bouwleges afhankelijk van de bouwsom. In de verordening is een staffel opgenomen. Die staffel kent 14 klassen. Per klasse geldt een vast legesbedrag. Afhankelijk van de hoogte van de bouwsom is één van deze klassen met het daarbij behorende tarief van toepassing. De Klasse-indeling en de daaraan gekoppelde vaste tarieven per klasse leidt er toe, dat de hoogte van de  bouwleges enorm verschilt bij de overgang van de ene klasse naar de andere klasse. Een bouwsom aan de bovenzijde van een klasse kent een veel lager bedrag aan bouwleges dan de bouwsom die zich onderin de volgende klasse bevindt. Het vaste legesbedrag voor die volgende klasse is dan ineens veel hoger, terwijl het verschil in bouwsom minimaal kan zijn. De overgangen tussen de klassen zijn te grof. Dit acht de rechter onredelijk en willekeurig. Het Hof oordeelde de Legesverordening op dit punt onverbindend en vernietigde de opgelegde aanslagen.

Bezwaar tegen bouwleges

De uitspraak in deze procedure bevestigt maar weer eens dat het (laten) onderzoeken van opgelegde legesaanslagen vaak de moeite waard is. Onze ervaring is, dat gemeenten zich regelmatig niet houden aan de wettelijke voorschriften. Zo zijn gemeenten, naast een redelijke tariefstelling, ook gehouden om geen winst te begroten met het opleggen van legesaanslagen en mag het bestemmingsplan niet ouder zijn dan 10 jaar.
 
Een bezwaarschrift tegen de legesnota biedt ruimte en tijd om de rechtmatigheid daarvan te beoordelen. Dat bezwaarschrift moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag zijn ingediend. Wij hebben daarnaast ook goede ervaringen met het aangaan van overleg met de gemeenten op het moment dat de bouwkosten zijn begroot en de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Dus ruim voor het tijdstip dat aanlagen worden vastgesteld en partijen verder zijn aangewezen op een veel meer formele procedure. Een "vroege instap" biedt vaak goede mogelijkheden om aard en omvang van de legesnota vooraf af te stemmen en eventueel tot een minnelijk vergelijk te komen.
 
 

Bron: BDO

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

0

Gerelateerde artikelen