Op 20 juni 2016 is binnen de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) politieke overeenstemming bereikt over de inhoud van de Europese richtlijn ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken (de zogenoemde ATA-richtlijn). De richtlijn bevat maatregelen die lidstaten moeten nemen ter bestrijding van belastingontwijking.
Het betreft maatregelen in het kader van:
  • De beperking van de aftrekbaarheid van rente;
  • Exitheffingen;
  • Het in het algemeen voorkomen van misbruik; en
  • Gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (cfc's).
Alle EU-lidstaten dienen de diverse maatregelen uiterlijk 31 december 2018 te implementeren in hun nationale wetgeving. De maatregelen treden in werking per 1 januari 2019.

Nadere uitwerking maatregelen ATA-richtlijn in Nederlandse belastingwetgeving

De nieuwe maatregel ter beperking van de aftrekbaarheid van rente houdt kort gezegd in dat een belastingplichtige slechts rentekosten in aftrek mag brengen tot maximaal 30 percent van haar EBITDA (of maximaal EUR 3 miljoen aan rentekosten, indien dat meer is dan 30 percent van de EBITDA). In specifieke omstandigheden zijn deze beperkende regels niet van toepassing. Daarnaast is het lidstaten toegestaan om aanvullende maatregelen te nemen om aftrek van rentekosten verder te beperken. BDO kan zich voorstellen dat de implementatie van deze richtlijnmaatregel ertoe leidt dat er een of meerdere van de huidige renteaftrekbeperkingsmaatregelen (zoals artikel 13l Wet vpb en/of artikel 15ad Wet vpb) geschrapt of aangepast gaan worden. Hoe dit concreet uit gaat werken is op dit moment nog lastig te voorspellen.
 
Aangezien de richtlijnbepalingen inzake exitheffingen nagenoeg in overeenstemming zijn met de bepalingen die we dienaangaande reeds in het Nederlandse belastingrecht kennen, verwachten we op dit vlak weinig aanpassingen aan de Nederlandse wetgeving.
 
De richtlijn bevat ook een algemene antimisbruikmaatregel. Deze bepaling schrijft kort gezegd voor dat een constructie die
  • is opgezet met als hoofddoel een belastingvoordeel te behalen of de toepassing van het toepasselijke belastingrecht te ondermijnen; en
  • kunstmatig van aard is,
moet worden genegeerd voor het nationale belastingrecht. De bepaling is in grote lijnen de codificatie van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU op dit vlak. Daarnaast kennen we in Nederland reeds het leerstuk van fraus legis dat in grote mate overeenkomt met deze algemene antimisbruikmaatregel. Zodoende verwachten wij weinig aanpassingen in het Nederlandse belastingrecht op dit vlak.
 
De nieuwe regeling inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (cfc's) bevat bepalingen in het kader van het belasten van inkomen van laagbelaste buitenlandse groepsmaatschappijen en vaste inrichtingen in het land van de moedermaatschappij. De regeling bevat een tegenbewijsregeling voor actieve buitenlandse groepsmaatschappijen en vaste inrichtingen en een vrijstelling voor kleinere vaste inrichtingen. Aangezien de Nederlandse belastingwetgeving reeds een cfc-maatregel kent via de regeling voor laagbelaste beleggingsdeelnemingen, is het nog onduidelijk óf en zo ja, wélke aanpassingen er in de Nederlandse belastingwetgeving gemaakt zullen worden.
 
 

Bron: BDO

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Europees belastingrecht

0

Gerelateerde artikelen