Ten opzichte van 2017 stegen de totale belasting- en premieontvangsten in 2018 met 5,1 procent. Dat is meer dan de waardeontwikkeling van het bbp (+4,6 procent). De totale belastingontvangsten in 2018 bedroegen 286,4 miljard euro. Dat meldt het financieel jaarverslag 2018 van het ministerie van Financiën.

Daarnaast is het overschot op de rijksbegroting vorig jaar verder opgelopen tot meer dan 12 miljard euro. Dankzij de bloeiende economie haalde de overheid flink meer belastingen op. De uitgaven namen ook toe, maar minder sterk dan de inkomsten. Dat komt mede doordat het kabinet er niet in slaagde al het gereserveerde geld te besteden.

Het begrotingsoverschot komt neer op 1,5 procent van de totale omvang van de Nederlandse economie, en is daarmee drie keer zo hoog als het kabinet vooraf had ingeschat. Minister Wopke Hoekstra (Financiën) noemt dat goed nieuws. "Gezonde overheidsfinanciën zijn een randvoorwaarde om onze welvaart vast te houden."

Hoekstra ziet in het hoger dan verwachte overschot dan ook geen reden de uitgaven verder op te schroeven. "De economie is immers volatiel en de staatsschuld is nog aanmerkelijk hoger dan voor de crisis." Wel blijft het grootste deel van het geld dat vorig jaar is blijven liggen, beschikbaar voor latere jaren.

Meer winst voor IB-ondernemers

De twee grootste belastingen in de opbrengstsfeer zijn de loon- en inkomstenbelasting (totaal 59,9 miljard euro in 2018) en de omzetbelasting (totaal 52,5 miljard euro in 2018). De loon- en inkomstenbelasting namen in 2018 ten opzichte van 2017 toe met 5,6 procent. De grotere opbrengst vindt zijn oorzaak in de toename van de werkgelegenheid en de stijging van de contractlonen. Daarnaast stegen de ontvangsten doordat mensen minder hypotheekrente aftrokken van hun inkomen - mede door lagere hypotheekrentes - en doordat IB-ondernemers meer winst maakten.

De groei van de omzetbelasting met 5,1 procent hing in 2018 samen met de toegenomen particuliere consumptie (+4,4 procent), de waardetoename van de investeringen in woningen (+12,8 procent) en de waardetoename van de overheidsinvesteringen (+5,2 procent).

Vennootschapsbelasting

De stijging van de ontvangsten uit de vennootschapsbelasting met 11,6 procent in 2018 hangt samen met de stijgende winsten van niet-financiële vennootschappen van 10,6 procent. De verklaring voor deze stijging ligt niet alleen aan macroeconomische ontwikkelingen maar ook aan de vormgeving van de vennootschapsbelasting.

Zo kunnen bedrijven belasting over hun winsten verrekenen met verliezen uit het verleden. Door de opgaande conjunctuur ligt het voor de hand dat minder verliezen uit het verleden verrekend werden dan in de jaren ervoor. Bedrijven keerden deze stijgende winsten ook veel meer uit aan hun aandeelhouders. Dat zorgde er in 2018 voor dat de ontvangsten uit de dividendbelasting groeiden met 29,9 procent. Uit de aangiftegegevens blijkt dat daaraan zowel hogere dividenduitkeringen van (grote) beursgenoteerde bedrijven als hogere dividenden van het mkb ten grondslag liggen.

De totale opbrengst van de vennootschapsbelasting in 2018 is 23,7 miljard euro. Voor de dividendbelasting is dat 4,5 miljard euro.

Meevallers en tegenvallers

De grootste meevallers ten opzichte van de kabinetsverwachtingen in de Startnota 2017 zijn te vinden bij de vennootschapsbelasting met 1,8 miljard euro en bij de dividendbelasting met 1,4 miljard euro. Dat hangt samen met hogere bedrijfswinsten en hogere uitgekeerde dividenden. Bij de loon- en inkomensheffing deed zich een tegenvaller voor van 0,9 miljard euro. Dat komt mede door de 0,4 miljard euro lagere opbrengst bij de afkoop van pensioen in eigen beheer.

Het financieel jaarverslag en en een visuele samenvatting staan op de website van Rijksoverheid.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Focus: Focus

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Carrousel: Carrousel

  479
Gerelateerde artikelen