In dit bericht staan alle maatregelen uit het Belastingpakket 2017 op het gebied van de inkomstenbelasting.

Belastingplan 2017

  • Het tarief in de eerste schijf blijft ongewijzigd op 36,55%.
  • Het tarief in de tweede en derde schijf gaat naar 40,80% (2016: 40,40%).
  • De verlenging van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt beperkt door deze met € 400 te verlagen ten opzichte van eerder voorgenomen wetgeving naar € 67.072 (2016: € 66.421).
  • De maximale algemene heffingskorting wordt in 2017 € 2254 (2016: € 2242).
  • De verhoging van de maximale arbeidskorting wordt beperkt. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2017 € 3223 (2016: € 3103).
  • Het startpunt van de afbouw van de arbeidskorting wordt aangepast. Deze komt in 2017 op € 32.444 te liggen (2016: € 34.015)
  • De ouderenkorting wordt verhoogd naar € 1292 (2016: € 1187).
  • Maatregelen box 2-beleggen in vrijgestelde beleggingsinstellingen
    Het wordt minder aantrekkelijk om via box 2 in een vbi te beleggen. Voortaan moet in box 2 afgerekend worden over de positieve ab-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft de vbi-status verkrijgt. De ab-claim wordt dus niet meer doorgeschoven. Deze maatregel krijgt terugwerkende kracht tot en met 20 september 2016 om 15:15 uur.
    Box 3-vermogen dat ondergebracht wordt in een vbi waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, wordt niet alleen belast in box 2, maar blijft ook belast in box 3 als dit vermogen binnen achttien maanden weer terugkomt naar box 3. Er komt een tegenbewijsregel zodat de belastingplichtige aannemelijk kan maken dat er een zakelijke reden is om het vermogen binnen achttien maanden weer terug te halen naar box 3.
    Het percentage van het forfaitaire rendement uit een vbi wordt automatisch gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3.
    Deze drie maatregelen gaan ook gelden voor vermogen dat in een buitenlands beleggingslichaam wordt ondergebracht. 
  • De reikwijdte van de toerekeningsstop afgezonderde particuliere vermogens wordt beperkt en de voorkoming van dubbele belasting wordt anders vorm gegeven.
    De toerekeningsstop geldt alleen voor APV's voor zover die een reële, actieve onderneming drijven. In het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 worden aanvullende voorkomingsregelingen getroffen om bij de Nederlandse belastingheffing van de inbrenger rekening te houden met daadwerkelijk in het buitenland betaalde belasting.
    Er is overgangsrecht voor de bepaling van de verkrijgingsprijs voor het geval de toegerekende aandelen en winstbewijzen bij de inbrenger of diens erfgenamen gaan behoren tot een aanmerkelijk belang. Deze maatregelen kennen terugwerkende kracht tot en met 20 september 2016 om 15:15 uur.
  • In de dividendbelasting wordt een teruggaafregeling ingevoerd voor niet-ingezetenen. In de inkomstenbelasting wordt geregeld dat ook bij (niet-kwalificerende) buitenlandse belastingplichtigen met een box 3-vermogen het heffingvrije vermogen in aanmerking wordt genomen. Dit betreft de codificatie van een beleidsbesluit (V-N 2016/26.10).

Overige fiscale maatregelen 2017

  • Toerekening schulden bij vruchtgebruik.
    Bij goederen waarop een vruchtgebruik rust, wordt in box 3 de blooteigendomwaarde bij de bloot eigenaar in aanmerking genomen en de waarde van het vruchtgebruik bij de vruchtgebruiker. Een afwijkende regeling geldt voor goederen waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust. De bezittingen worden volledig belast bij de vruchtgebruiker, terwijl de schulden die deel uitmaken van dezelfde algemeenheid voor de blooteigendomwaarde bij de bloot eigenaar en voor de vruchtgebruikwaarde bij de vruchtgebruiker worden belast. Voorgesteld wordt om in deze situatie alle vermogensbestanddelen voor box 3 gelijk te behandelen en dus ook de schulden volledig bij de vruchtgebruiker in aanmerking te nemen.
  • Eigenwoningregeling bij vruchtgebruik
    Bij beleidsbesluit van 21 februari 2014 (V-N 2014/14.11) is goedgekeurd dat een vruchtgebruiker krachtens erfrecht de rente en kosten die hij betaalt op een schuld die de erflater is aangegaan en waarvan de eigendom bij de bloot eigenaar ligt, in aftrek kan brengen als aftrekbare kosten voor de eigen woning. Dit besluit wordt in dit wetsvoorstel gecodificeerd. Daarbij zijn de volgende aanpassingen opgenomen:
    • Een schuld waarvan de belastingplichtige op grond van het krachtens erfrecht verkregen recht van vruchtgebruik, recht van bewoning of recht van gebruik gehouden is de kosten en lasten te dragen wordt – mits aan de overige voorwaarden is voldaan (waaronder de aflossingseis) – als eigenwoningschuld aangemerkt, zodat recht bestaat op renteaftrek. 
    • Voor het deel van de woning waar het vruchtgebruik op rust ontstaat geen eigenwoningreserve.
    • De restschuldregeling is – mits aan de overige voorwaarden is voldaan – op de vruchtgebruiker van toepassing.
    • Het aflossingsschema van de erflater blijft van toepassing op de schuld als de vruchtgebruiker op het moment van overlijden van de erflater diens partner was. 
    • De schuld is voor de vruchtgebruiker een bestaande eigenwoningschuld als de schuld voor de erflater een bestaande eigenwoningschuld was (een schuld van voor 1 januari 2013) en de vruchtgebruiker op het moment van overlijden van de erflater diens partner was.
  • Heffing beloningen bestuurders en commissarissen
    In belastingverdragen wordt het heffingsrecht over beloningen van bestuurders en commissarissen van een vennootschap in de regel toegewezen aan het land waar die vennootschap is gevestigd. Voorgesteld wordt voor buitenlands belastingplichtige bestuurders en commissarissen van in Nederland gevestigde vennootschappen in de Wet IB 2001 vast te leggen dat zowel wanneer sprake is van winst uit onderneming als wanneer sprake is van loon of resultaat uit overige werkzaamheden Nederland ook volgens nationaal recht over deze beloningen kan heffen.
  • Intrekking spaarrenterichtlijn
    In 2003 is de spaarrenterichtlijn in de Nederlandse wetgeving opgenomen. In de strijd tegen grensoverschrijdende belastingfraude en –ontwijking is vervolgens Richtlijn 2011/16/EU goedgekeurd, die daarna is gewijzigd bij de CRS-richtlijn. De implementatie van de CRS-richtlijn is in Nederland geschied met de Wet uitvoering Common Reporting Standard, die met ingang van 1 januari 2016 in werking is getreden. Het toepassingsgebied van de CRS-richtlijn is over het algemeen breder dan dat van de spaarrenterichtlijn en waar beide samenvallen, heeft de CRS-richtlijn voorrang. De Raad van de Europese Unie heeft de spaarrenterichtlijn ingetrokken. Met dit wetsvoorstel worden de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Wet IB 2001 hierop aangepast. De intrekking van de spaarrenterichtlijn en de gevolgen hiervan voor de Nederlandse wet- en regelgeving, vinden plaats vanaf dezelfde datum als die waarop de maatregelen van de CRS-richtlijn van toepassing zijn geworden. Voor Nederland is dat met ingang van 1 januari 2016. Er wordt voorzien in overgangsrecht.
  • Codificatie beleidsbesluit "tijdklemmen"
    Een van de voorwaarden om een vrijstelling te kunnen benutten bij het tot uitkering komen van een kapitaalverzekering eigen woning, een spaarrekening eigen woning, een beleggingsrecht eigen woning of een zogenoemde Brede Herwaarderingskapitaalverzekering is dat ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premie moet zijn voldaan. In een goedkeuring zijn de hiervoor genoemde termijnen - de zogenoemde tijdklemmen - in bepaalde situaties buiten toepassing verklaard. Het betreffende onderdeel uit het beleidsbesluit van 17 december 2014 (V-N 2015/3.7TaxVisions editie 29 mei 2015) wordt met dit wetsvoorstel gecodificeerd. Omdat in de praktijk is gebleken dat het in bepaalde gevallen gewenst is eerder dan na de termijn van 15 of 20 jaar met behoud van de vrijstelling tot afkoop over te kunnen gaan, is de codificatie deels breder dan in het besluit en is ook de situatie van verkoop van de eigen woning meegenomen. Ook een andere goedkeuring op dit terrein wordt gecodificeerd. Het betreft het voorkomen van verlies van (een deel van) de vrijstelling bij afkoop van een kapitaalverzekering eigen woning na goedkoper wonen.

Wetsvoorstel fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing

De fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden per 2017 wordt beëindigd. Het vrijvallende budget van € 32 miljoen per jaar wordt in 2017 en in 2018 gebruikt voor een overgangsregeling. Deze regeling wordt onderdeel van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. De beleidsbrief die de uitwerking van de subsidies via deze Kaderregeling schetst, wordt oktober 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. Met ingang van 2019 zal het budget van jaarlijks € 32 miljoen structureel worden ingezet binnen een herijkt financieringsstelsel voor monumentenzorg.
 
De aftrek van scholingsuitgaven wordt per 2018 afgeschaft. Van de opbrengst van deze maatregel zal van 2018 tot en met 2022 jaarlijks € 90,8 miljoen en daarna structureel € 112 miljoen worden ingezet voor een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers voor de mensen die uit zichzelf minder snel geneigd zijn scholing te volgen, maar waarvan het maatschappelijk belang van scholingsdeelname groot is.
 
Het is de bedoeling dat dit wetsvoorstel op 1 januari 2017 in werking treedt.
 
Zie ook:

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

Dossiers: Prinsjesdag 2016

1

Gerelateerde artikelen