Het pakket Belastingplan 2021 bestaat dit jaar uit 8 wetsvoorstellen en is daarmee omvangrijker dan vorig jaar. Edwin Heithuis vindt de plannen spannender dan verwacht, aangezien dit het laatste belastingplan is van dit kabinet. Daniël Smit spreekt van een ingetogen plan met een heel duidelijk thema: focus op nu maar wel met een blik naar voren.

Eerste indruk

Met een focus op het nu doelt Smit, fiscalist bij EY en bijzonder hoogleraar aan de Tilburg University, op de coronacrisis waar we middenin zitten. “Een aantal van de gepresenteerde maatregelen in het belastingpakket voor 2021 zijn coronagerelateerd, zoals de wettelijke verankering van de tijdelijke coronareserve in de VPB. Anderzijds is de blik naar voren gericht, naar de toekomst. Het belastingstelsel moet beter, zoals de voorgestelde verbetering van het toeslagenstelsel met meer oog voor de menselijke maat, en duurzamer, zoals de in te voeren CO2-heffing voor de industrie. Helaas is er veel zuur en weinig zoet voor grote bedrijven. Onder de vlag van de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten, betaalt het grote bedrijfsleven de rekening van de coronacrisis. Dat het hoge VPB-tarief niet omlaag gaat, is daar een voorbeeld van.”

Heithuis, hoogleraar fiscale economie aan de UvA en verbonden aan BDO, noemt de belastingplannen voor volgend jaar spannender dan verwacht. “Traditioneel is het laatste belastingplan voor de verkiezingen nauwelijks spectaculair met weinig beleidsmaatregelen. Het belastingpakket 2021 kent duidelijk wel beleidsmaatregelen. Voor het laatste plan van een zittend kabinet vind ik dat niet onaardig. Dat dit kabinet van de btw afblijft, vind ik een extra pluim waard. Als het slecht gaat met de economie wordt al snel aan de btw-knop gedraaid. Dat dit kabinet, ondanks de coronacrisis, niet kiest voor een btw-tariefsverhoging, vind ik prijzenswaardig.”

Incompleet

Het is overigens wel een incompleet belastingpakket,” vervolgt Heithuis. De hoogleraar doelt onder meer op twee maatregelen die, zoals blijkt uit de aanbiedingsbrief bij het belastingpakket 2021, bij nota van wijziging zullen worden toegevoegd aan het Belastingplan 2021: de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) en een aanpassing van de verliesverrekening in de VPB.

Verrassend

Heithuis vindt de BIK een verrassende maatregel. “De vormgeving van deze tijdelijke investeringskorting waarmee bedrijven hun investeringskosten kunnen verrekenen met hun loonheffing, is nog een complete verrassing. Ik kan nu al zeggen dat ik op voorhand altijd kritisch ben op dergelijk instrumentalisme. Het gevaar bij een fiscale maatregel om een niet-fiscaal doel te bereiken, is altijd het weglek-effect, waardoor de stimulering niet terechtkomt waar deze thuishoort. Een gerichte subsidieregeling om investeringen te bevorderen in deze crisistijd lijkt me een betere maatregel.”

Een beetje flauw

Verrassend voor Smit is de aanscherping van de specifieke renteaftrekbeperking van art. 10a Wet VPB. “Dat deze antimisbruikbepaling niet alleen beperkend werkt, maar ook gunstig kan uitpakken voor belastingplichtigen wisten we al langer. Dat komt door het algebraïsch begrip rente in deze aftrekbeperking, waardoor hier zowel positieve als negatieve rente onder valt. De wetgever heeft hier al die tijd in berust. Maar door de spoedreparatie fiscale eenheid is artikel 10a Wet VPB binnen fiscale eenheden ineens zichtbaar (wegdenkgedachte) en komt deze in de praktijk dus vaker voor. En dus komt de wetgever nu alsnog met een aanscherping. Het komt erop neer dat, als de renteaftrekbeperking tot een voordeel leidt, dit voordeel dan gewoon belast is. Die aanscherping vind ik een beetje flauw. Je roept als wetgever met de spoedreparatie fiscale eenheid een probleem over jezelf af en vervolgens ga je dit fixen met een 10a-aanpassing. Dan ben je toch een beetje een slechte verliezer.”

Onrust

De aangekondigde beperking van de verliesverrekening in de VPB vindt Heithuis eveneens verrassend. Het kabinet wil de voorwaartse verliesverrekening in de VPB, die nu in tijd beperkt is tot zes jaar, per 1 januari 2022 verruimen naar onbeperkt in tijd. Tegenover die verruiming staat ook een beperking: verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) zijn nog slechts tot een bedrag van € 1 miljoen aan belastbare winst volledig verrekenbaar en bij een hogere winst slechts tot 50%.

“Beperking (en verruiming in tijd) van de verliesverrekening is een van de aanbevelingen van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals (Commissie Ter Haar),” geeft Heithuis aan. “Ik had niet verwacht dat het kabinet dit voorstel zou overnemen. Sinds 2019 is de voorwaartse verliesverrekening in de VPB versoberd van negen naar zes jaar. Nu, amper twee jaar later, alweer morrelen aan de verliesverrekening geeft onrust. Daarom had ik deze beperking nog niet verwacht. En de vraag is ook of dit nog gevolgen gaat krijgen voor de verrekening van aanmerkelijkbelangverliezen in box 2 in de IB, want die lopen op dit punt altijd mee met het VPB-regime.”

Alles behalve chique

Onder de noemer ‘maatregel die niet door de beugel kan’ noemt Smit het schrappen van de reeds wettelijk voorziene verlaging van het hoge VPB-tarief van 25% naar 21,7% per 1 januari 2021. “Dat het hoge VPB-tarief volgend jaar 25% blijft mag wellicht logisch zijn gezien alle steunmaatregelen vanwege de coronacrisis, maar ik krijg er toch een ongemakkelijk gevoel bij nu het bedrijfsleven voor die beloofde verlaging al wel de rekening betaalt. Denk maar aan het handhaven van de dividendbelasting en de beperking van de afschrijving in de VPB voor een gebouw in eigen gebruik tot aan 100% van de WOZ-waarde. Dat de wetgever nu een streep zet door die beloofde verlaging van het hoge VPB-tarief, vind ik niet chique.”

“De wetgever hoort in het verlengde hiervan ook een streep te zetten door de wettelijke verhoging van het box 2-tarief naar 26,9% per 2021,” vult Heithuis aan. “Dat zou consequent zijn. De stijging van het aanmerkelijkbelangtarief is destijds gemotiveerd door de daling van het algemene VPB-tarief. Nu dit laatste niet doorgaat, hoort de box 2-tariefstijging ook niet door te gaan. Overigens betekent dit niet-doorgaan van de verlaging van het algemene VPB-tarief, tevens dat het tarief van de nieuwe conditionele bronbelasting op rente en royalty’s, die vanaf 2021 gaat gelden, ook 25% zal bedragen.”

Het lage VPB-tarief gaat wel, zoals beloofd, volgend jaar verder omlaag naar 15%. Bovendien verhoogt het kabinet in twee stappen de tariefschijf van € 200.000 naar € 245.000 in 2021 en naar bijna € 400.000 in 2022. Dit was voor Heithuis volstrekt verrassend. “Het gat tussen het lage en hoge VPB-tarief wordt dus netto € 40.000 per jaar. Dat is voor veel MKB-ondernemers veel geld. Effect hiervan zal zijn dat de fiscale eenheid minder aantrekkelijk zal worden. Als het kabinet zo doorgaat, hoeft dat nieuw fiscale-eenheidsregime er ook niet meer te komen.”

Stupide

Voor Heithuis staat buiten kijf dat de voorgestelde aanpassingen in de overdrachtsbelasting niet door de beugel kunnen. Hij noemt het de meest stupide maatregel die je kunt bedenken. “In de onderzoeksrapporten van Dialogic is een vrijstelling voor starters in de overdrachtsbelasting en een verhoging van 6% naar 8% voor beleggers, volledig afgebrand. Ook de Raad van State uit terechte kritiek op deze plannen. Het bereikt de groep niet die het moet bereiken. De woningmarkt is al jaren een verkopersmarkt. Het is dus de verkoper die de sterkste onderhandelingspositie heeft en die zal de startersvrijstelling gewoon verdisconteren in de verkoopprijs. Starters zullen dus meer moeten betalen voor dezelfde woning."

"En ook de verhoging van de overdrachtsbelasting van 6% naar 8% voor beleggers in vastgoed zal geen zoden aan de dijk zetten," vervolgt Heithuis, "nu beleggers die verhoging zullen verdisconteren in de huurprijs. Eind van het liedje is dat de huren vooral voor vrije sectorwoningen gaan stijgen. De Raad van State wijst hier terecht op. Onbegrijpelijk dat het kabinet niets met deze kritiek doet. Het lijkt er daarom veel op dat dit al op voorhand is afgekaart met de oppositie, in ruil voor steun voor de belastingplannen.”

Effectieve maatregel

De vraag wat de meest effectieve maatregel van het belastingpakket 2021 is, beantwoordt Smit met de aanpassing van de minimumkapitaalregel en de bankenbelasting. “De Hoge Raad heeft een gat geslagen in de minimumkapitaalregel waardoor banken en verzekeraars nu meer kunnen aftrekken dan de bedoeling is. De budgettaire derving die hierdoor is ontstaan, repareert de wetgever zeer vakkundig met een tijdelijke verhoging voor één jaar van het tarief van de bankenbelasting. De rekening van het budgettaire gat wordt daarmee neergelegd bij de groep die ook het voordeel heeft behaald.”

Effectief noemt Smit ook de coronareserve die met het belastingplan 2021 nu wettelijk wordt verankerd. “Een mooie charmante oplossing voor de liquiditeitsproblemen waar veel bedrijven door de coronacrisis mee kampen. Zij kunnen dankzij de coronareserve de in het verleden te veel betaalde belasting, eerder terugkrijgen. De komst van deze reserve, kan ik alleen maar onderschrijven.”

Niet aardig maar wel effectief

Niet aardig en sympathiek voor IB-ondernemers maar wel effectief, noemt Heithuis de voorgenomen verdere stapsgewijze verlaging van de zelfstandigenaftrek naar € 3.240 in 2036 in aanvulling op de eerder geplande afbouw naar € 5.000 in 2028. “Het kabinet wil hiermee de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers verkleinen. Die verlaging doet waar die voor is bedoeld, namelijk de aantrekkelijkheid wegnemen van het kleine ondernemerschap. Maar dit is wel een onderdeel van een groter geheel, want om werknemerschap aantrekkelijker te maken, moet er meer gebeuren dan alleen maar de zelfstandigenaftrek afbouwen.”

In dat verband wijst Heithuis ook nog op het onlangs ingediende wetsvoorstel voor een gedifferentieerde Aof-premie, waarmee kleine werkgevers een lagere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) gaan betalen dan (middel)grote werkgevers. “Hierdoor zijn kleine werkgevers misschien meer genegen om werknemers in dienst te nemen, waardoor kleine ondernemers wellicht zullen stoppen en weer in loondienst gaan werken, wat wordt gestimuleerd door de afbouw van de zelfstandigenaftrek.”

Sympathieke verruiming box 3

Waar Heithuis verder blij mee is, is de verruiming van box 3 waarmee het kabinet op korte termijn spaarders en mensen met kleinere vermogens tegemoet wil komen. Per 1 januari 2021 gaat het heffingvrije vermogen omhoog naar € 50.000 (voor partners € 100.000). De schijfgrenzen worden opnieuw vastgesteld, waarbij de 2e schijf begint bij een box 3 vermogen van € 100.000 en de 3e schijf bij een vermogen van € 1.000.000.

“Een sympathieke verruiming,” zegt Heithuis maar ik mag hopen dat dit niet het eindstation is. “Ik heb wel de indruk dat staatssecretaris Vijlbrief, in tegenstelling tot zijn voorgangers, meer oog heeft voor de box 3-problematiek en daar ook echt wat aan wil doen. Dat het kabinet nu deze ‘quick win’ doet, kan ik alleen maar blij mee zijn. Dat dat gepaard gaat met een 1% verhoging van het box 3-tarief van 30% naar 31%, vind ik dan wel weer getuigen van een kruideniersmentaliteit. Was dat nu per se nodig?”

Ontbrekende maatregel

En dan is er nog de ontbrekende maatregel. Heithuis: “Al jaren hamer ik op de aanpassing van de regeling voor de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige in de inkomstenbelasting (art. 7.8 Wet IB 2001). Al in 2017 werd in het Spaanse voetbalmakelaarsarrest van het Europese Hof van Justitie duidelijk dat de 90%-eis niet houdbaar is. Codificatie zou volgen en had prima al gekund in het Belastingplan 2018. De maatregel stond er toen niet, ontbrak in het Belastingplan 2019 en in het Belastingplan 2020 en staat ook nu niet in het Belastingplan 2021. Er is inmiddels wel een pro-rata-aftrek besluit maar codificatie heeft nog altijd niet plaatsgevonden. Een aanpassing van de regeling voor de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is wat mij betreft dus bij uitstek de ontbrekende maatregel!”

Gemis

Dat er in de belastingplannen voor 2021 niet meer aandacht is voor het internationale, vindt Smit een gemis. “Ik had gehoopt, misschien tegen beter weten in, dat er iets meer oog zou zijn voor de internationale context. Het belastingpakket bevat nog meer nationale antimisbruikmaatregelen, nog meer reparatie, waarmee het VPB-systeem alsmaar complexer wordt. Je probeert met pappen en nathouden de symptomen van belastingontwijking te bestrijden, maar de oorzaken haal je uiteindelijk weg met internationale samenwerking. Per slot van rekening zijn het deels ook de landen zelf die de mogelijkheden creëren voor het ontwijken van belasting.”

Stip op de horizon

Wat Smit ook nog mist is een stip op de horizon. “Steek het grote bedrijfsleven een hart onder de riem zodat zij weten dat het vele zuur van nu in de toekomst uiteindelijk tot iets zoets leidt.”

Opmerkelijk

Heithuis heeft nog een laatste opmerkelijkheid. “In de aanbiedingsbrief bij het Belastingpakket 2021 kondigt staatssecretaris Vijlbrief een onderzoek aan naar een vermogensaftrek om het verschil in fiscale behandeling tussen eigen en vreemd vermogen te verkleinen. De Commissie Van Weeghel heeft hier destijds al voor gepleit maar het toenmalige kabinet heeft de vermogensaftrek afgeschoten onder de noemer ‘veel te duur’. België heeft iets dergelijks geprobeerd met de notionele interestaftrek. Die hebben ze al moeten versoberen. Dus het verraste mij dat deze eigenvermogenmaatregel nu kennelijk weer op de agenda staat. Ik ben wel benieuwd wat uit het onderzoek van Vijlbrief komt en of dat wat anders zal zijn dan destijds.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Dossiers: Prinsjesdag 2020

Carrousel: Carrousel

Informatiesoort: Interviews, Nieuws

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Focus: Focus

  1505
Gerelateerde artikelen