In de aangifte inkomstenbelasting 2025 kan voor het eerst meteen het werkelijk rendement worden doorgegeven in plaats van via een apart formulier. Veel mensen zijn in de aangifte aan het rekenen geslagen en komen tot de ontdekking dat afrekenen over het forfaitaire rendement vaak toch voordeliger is. Zelfs bij een lage spaarrente en gematigde beleggingsrendementen is het werkelijk rendement dus niet automatisch een voordelige keuze, zo concludeert vermogensexpert Peter Beets van de ABN Amro MeesPierson. 

Is het vermogen hoger dan het heffingsvrij vermogen, dan vraagt het aangifteprogramma van de Belastingdienst automatisch of de invuller ook het werkelijk rendement wil doorgeven. Kiest iemand ervoor om het werkelijk rendement door te geven, dan berekent het aangifteprogramma de belasting op twee manieren: met het fictief rendement en met het werkelijk rendement. De belastingplichtige betaalt belasting over het bedrag dat het voordeligst is.

In een artikel (Word) schrijft Beets dat veel mensen in het aangifteprogramma de rekensom maken en ontdekken dat het forfaitaire rendement in 2025 vaak gunstiger uitpakt. Dat komt volgens hem door drie punten:

  • Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen (zoals beleggingen) bedraagt in 2025 5,88 procent.
  • Veel beleggingen zoals woningen en beursgenoteerde aandelen lieten in 2025 een hoger werkelijk rendement zien dan 5,88 procent. Individuele situaties kunnen natuurlijk afwijken.
  • Bij werkelijk rendement vervalt het heffingsvrije vermogen volledig.

Vooral dat laatste raakt mensen met kleinere tot middelgrote vermogens, zo ziet de vermogensexpert bij de bank. Beets concludeert: "Het idee dat belastingheffing over werkelijk rendement al snel voordeliger is, klopt maar in beperkte mate. Ook voor mensen met een bescheiden vermogen die primair beleggen voor behoud van vermogen, is werkelijk rendement allerminst een vanzelfsprekend voordeel."

Bron: ABN Amro

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

Dossiers: Box 3

52

Gerelateerde artikelen