Hof Den Haag oordeelt dat de vaststelling van de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelastingen niet in strijd zijn met het art. 1 EP EVRM en art. 13 EVRM. De beschikking is rechtsgeldig en het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de verliesbeschikking niet te laag heeft vastgesteld. Volgens de rechtbank volgt uit de wetsgeschiedenis dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een verbreking van een f.e. met terugwerkende kracht toe te staan.
Met toepassing van de hardheidsclausule blijft de sanctie van art. 15ai Wet VPB 1969 achterwege in een situatie waarin de overdracht van een vermogensbestanddeel tussen twee kleindochtermaatschappijen wordt gevolgd door de liquidatie van de overdragende kleindochtermaatschappij en de verkoop van de tussenhoudster en de overnemende kleindochtermaatschappij.
De Wet Overige fiscale maatregelen 2026 is in het Staatsblad gepubliceerd en treedt 1 januari 2026 in werking. Enkele bepalingen hebben terugwerkende kracht tot een eerdere datum of treden later in werking.
De Belastingdienst heeft het thema Vraag en antwoord kwalificatie rechtsvormen / FGR / VBI uitgebreid met het onderdeel Praktische uitgangspunten behandeling fondsen voor gemene rekening.
De Belastingdienst is de afgelopen tien jaar naar schatting € 1,5 miljard aan inkomsten misgelopen door ondernemers die veelal spoorloos verdwijnen na turboliquidaties. Ondernemers doekten zo'n 70.000 BV's versneld op zonder BTW-schulden, loonheffing of vennootschapsbelasting te betalen. Dat blijkt uit onderzoek van het FD en onderzoeksplatform Investico naar zogeheten plof-BV's.
Een Nederlandse BV kan volgens de Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting de inhoudingsvrijstelling toepassen op dividenduitkeringen aan de buitenlandse CV die haar aandelen houdt, omdat er geen sprake is van misbruik.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de omstandigheid dat X het standpunt inneemt niet in Nederland maar in Hong Kong aan belastingheffing te zijn onderworpen, haar niet ontslaat van de verplichting om aan verzoeken om inlichtingen op grond van art. 47 AWR te voldoen.