Commission v Netherlands. VAT exemption for water sport activities. Court of Justice
26 februari 2016
The Court of Justice has given a judgment in the case Commission v the Netherlands on the application of the VAT exemption for water sport activities. The Netherlands has failed to fulfil its obligations.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de in aftrek gebrachte voorbelasting terecht naheft, omdat X BV niet aannemelijk maakt dat de geclaimde voorbelasting betrekking heeft op aan haar verrichte economische prestaties.
Het Hof van Justitie legt in de procedure van FF Skagen A/S uit wanneer vis en visresten niet voor menselijke consumptie geschikt zijn en onder hoofdstuk 5 van de GN vallen. Het is aan de Deense rechter om te beoordelen of deze goederen als ongeschikt voor menselijke consumptie moeten worden beschouwd.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat P de schenkingen aan haar in Zwitserland wonende begunstigden niet in mindering mag brengen op de heffingsgrondslag voor de Oostenrijkse vennootschapsbelasting. Deze begunstigden zijn namelijk niet onderworpen aan de Oostenrijkse belasting op kapitaalopbrengsten.
Hof Den Haag oordeelt dat de vaststelling van de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelastingen niet in strijd zijn met art. 1 EP EVRM en art. 13 EVRM. De beschikking is rechtsgeldig en het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Het kabinet wil elektronische facturatie en digitale rapportage niet alleen verplicht stellen voor grensoverschrijdende transacties, zoals volgt uit de Europese ViDA-richtlijn, maar ook voor binnenlandse transacties tussen ondernemers. Deze maatregelen moeten bijdragen aan fraudebestrijding, efficiënter toezicht, een sterker digitaal ondernemersklimaat en lagere administratieve lasten op de langere termijn. Dat schrijft Staatssecretaris Eerenberg van Financiën aan de Tweede Kamer.
A-G Pauwels is van mening dat de bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) publiekrechtelijk van aard is en dat de uitkering door de periodieke vorm in de IB-sfeer belast is.
Het Gerecht oordeelt dat de omstandigheden waaronder de aardolieproducten via de tussenhandelaren aan de uiteindelijk afnemers zijn geleverd niet betekenen dat de levering door AS Trading 4 aan de tussenhandelaren in Letland is vrijgesteld van BTW.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de reisbureauregeling van toepassing is op de Kaffeefahrten die P GmbH uitvoert. Daarbij is niet van belang dat de voor de vervoersdiensten ontvangen vergoeding niet alle kosten van deze diensten dekt.
Het Gerecht oordeelt dat bij de schenking van haar onderneming door D.B. aan haar twee dochters geen sprake is van een algemeenheid van goederen. De aandelen vormen namelijk geen autonome eenheid van activa van die onderneming.