Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X door het negeren van de jaaropgaaf voor het privégebruik van de Audi A5 niet de vereiste IB-aangifte heeft gedaan. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat uit het Kennisgroepstandpunt niet volgt dat de Belastingdienst in alle gevallen teruggaaf verleent als het verzoek wordt gedaan nadat de termijn van dertien weken is verstreken.
Hof Amsterdam oordeelt dat X als dagbladbezorger recht heeft op aftrek van telefoonkosten, maar bepaalt het aftrekbare bedrag lager dan de rechtbank omdat X de omvang van de kosten niet met stukken heeft onderbouwd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X bij de bepaling van het werkelijk rendement de volledige heffingsgrondslag zonder aftrek van het heffingvrije vermogen in aanmerking moet nemen.
Hof Amsterdam oordeelt dat X geen recht heeft op IA, omdat er voor het jaar 2018 niet van kan worden uitgegaan dat de bijkeuken en de slaapkamer uitsluitend voor het gebruik als praktijkruimte zijn bestemd. De uitsluitingsbepaling van art. 3.45 lid 1 onderdeel c Wet IB 2001 is van toepassing.
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur met de verwijzing naar de door hem ingebrachte stukken aannemelijk maakt dat X werkzaamheden heeft verricht voor Q BV. Er is dan ook terecht gebruikelijk loon in aanmerking genomen.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat pas bezwaar is gemaakt toen bleek dat de verdeling van het box 3-vermogen voor de toeslagen zeer ongunstig uitpakte. De reden om bezwaar te maken is na het verstrijken van de bezwaartermijn opgekomen en kan niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding leiden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de overboeking van het collegegeld aan een hogeschool vóór aanvang van de binnenlandse belastingplicht een betaling is in de zin van art. 6.40 Wet IB 2001 en geen depotstorting. De scholingsuitgaven komen daarom niet voor aftrek in aanmerking.
De Hoge Raad oordeelt dat er geen redelijke twijfel over kan bestaan dat van nationale belastingheffing vrijgesteld EU-inkomen in aanmerking mag worden genomen als deel van het verzamelinkomen dat de grondslag vormt voor het drempelbedrag voor de persoonsgebonden aftrek.
Hof Den Haag oordeelt dat de lijfrenteaanspraken in box 3 moeten worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer, zijnde het bedrag waarvoor een dergelijke uitkering kan worden aangekocht.