Op 15 februari jl. heeft de staatssecretaris van Financiën antwoord gegeven op Kamervragen, over de btw-plicht van gemeenten bij ambtelijke fusies. In de beantwoording geeft de staatssecretaris aan zijn beleid te gaan wijzigen, waardoor de btw-problematiek van gemeentelijke samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie vrijwel geheel zal worden opgelost.

Situatieschets

In zijn algemeenheid wordt er al langere tijd gediscussieerd over de btw-gevolgen van samenwerkingsverbanden in de publieke sector. Kern van de discussie is dat wanneer ondernemers zoals gemeenten, onderwijsinstellingen of zorginstellingen gaan samenwerken, er in veel gevallen extra btw-druk ontstaat. Dit wordt veroorzaakt doordat de betreffende ondernemers veelal een beperkt btw-aftrekrecht hebben. De btw-heffing over de prestaties van het samenwerkingsverband is daardoor ongewenst en kan zelfs een belemmering vormen om te gaan samenwerken.
 
Op 16 juni 2014 is specifiek ten aanzien van samenwerkende gemeenten een brief verschenen vanuit de staatssecretaris van Financiën en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In die brief wordt uitgebreid ingegaan op de btw-aspecten bij verschillende vormen van samenwerking, zoals bestuursmodellen, shared service centers, centrumgemeenten en samenwerkingen op het gebied van de decentralisaties. Geconstateerd wordt dat het complexe regelgeving betreft en dat (ongewenste) btw-heffing niet in alle gevallen kan worden vermeden. Dit onder meer omdat de btw-koepelvrijstelling strikt moet worden uitgelegd. Op 31 oktober 2014 is vervolgens een nieuwe brief verschenen vanuit de staatssecretaris van Financiën, waarin nader wordt ingegaan op de strikte voorwaarden van de btw-koepelvrijstelling en de (on)mogelijkheden van deze regelgeving voor samenwerkende gemeenten.
 
Met inachtneming van deze brieven heeft de Belastingdienst in veel gevallen het standpunt ingenomen dat gemeentelijke fusieorganisaties (zoals ambtelijke fusies) als btw-belast ondernemer moeten worden aangemerkt. De btw die aan de deelnemende gemeenten in rekening wordt gebracht, is in de regel niet volledig te verrekenen via de aangifte omzetbelasting of het btw-compensatiefonds (BCF).
 
Op 3 december 2015 zijn er over de btw-plicht van gemeenten bij ambtelijke fusies Kamervragen gesteld door de ChristenUnie. Wederom wordt geconstateerd dat de ambtelijke fusies in veel gevallen ongewenste btw-druk veroorzaken. Gevraagd wordt daarom of het mogelijk is een btw-vrijstelling in het leven te roepen die geldt voor ambtelijke fusies, ter voorbereiding op bestuurlijke fusies.

Antwoord op Kamervragen

In reactie op de Kamervragen van 3 december 2015 geeft de staatssecretaris van Financiën aan dat hij thans ruimte ziet de btw-koepelvrijstelling ruimer uit te leggen. Dit vanwege recente uitlatingen van de Europese Commissie, die volgens de staatssecretaris onverwacht maar wel duidelijk zijn.
 
De staatssecretaris geeft aan zijn beleid te gaan wijzigen. Het nieuwe beleid houdt in dat wanneer diensten van fusieorganisaties hoofdzakelijk (voor 70% of meer) worden gebruikt door de deelnemende gemeenten voor onbelaste overheidsactiviteiten of btw-vrijgestelde ondernemersactiviteiten, de btw-koepelvrijstelling kan worden toegepast (mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan).
 
Het nieuwe beleid zal op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd, waarbij op het verleden niet wordt teruggekomen.

Gevolgen nieuw beleid

Hoewel het nog even afwachten is hoe het nieuwe beleid exact wordt geformuleerd, mogen we aannemen dat fusieorganisaties van gemeenten onder het nieuwe beleid veelal onder de btw-koepelvrijstelling vallen. Dat heeft tot gevolg dat niet langer btw aan de deelnemende gemeenten in rekening hoeft te worden gebracht. Daar staat echter wel tegenover dat de btw op gemaakte kosten niet langer aftrekbaar is voor de fusieorganisatie. Deloitte verwacht dat een groot deel van die btw echter kan worden doorgeschoven naar de deelnemende gemeenten, zodat die de btw kunnen compenseren uit het BCF.
Iets waar bijvoorbeeld ook rekening mee moet worden gehouden, is gehuurd vastgoed. Uitgaande van btw-belast ondernemerschap, kan dit vastgoed op verzoek belast met btw worden gehuurd door de fusieorganisatie. Dat is niet langer mogelijk op het moment dat de fusieorganisatie btw-vrijgesteld presteert. Dit zal gevolgen hebben voor de btw-positie van de verhuurder.

Belang voor de praktijk

Het nieuwe beleid is uiteraard van belang voor gemeenten die reeds ambtelijk gefuseerd zijn of dat op korte termijn doen. Bekeken zal moeten worden of het nieuwe beleid van toepassing is en wat daar de gevolgen van zijn. Daarnaast schat Deloitte in dat het nieuwe beleid niet enkel beperkt zal zijn voor ambtelijke fusies van gemeenten. Een ruimere uitleg van de btw-koepelvrijstelling zou naar onze mening ook moeten gelden voor andere vormen van samenwerking, zoals in de zorgsector of het onderwijs.
 
 

Bron: Deloitte

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Omzetbelasting

19

Gerelateerde artikelen