Om dubbele belasting op bestuurdersbeloningen vanuit het buitenland te voorkomen, mag op verzoek en onder voorwaarden de vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud worden toegepast. Deze goedkeuring zou worden ingetrokken, maar dat is tot op heden niet gebeurd. In het Weekblad Fiscaal Recht betogen auteurs Van der Baaren en Spauwen dat dit ook helemaal niet hoeft. Volgens hen zoekt de staatssecretaris een oplossing voor een probleem dat er niet is.   

Voorkomingsmethode

In de meeste door Nederland afgesloten belastingverdragen is een verrekeningsmethode opgenomen voor de inkomsten die directeuren of commissarissen ontvangen vanuit een buitenlandse vennootschap. In plaats van de verrekeningsmethode mag voor deze bestuurdersbeloningen ook de vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud worden toegepast. Dit is goedgekeurd in een besluit over voorkoming van dubbele belasting van 18 juli 2008. Aan die goedkeuring zijn twee voorwaarden verbonden: er is geen sprake van het ontgaan van belasting en er is geen sprake van een begunstigend fiscaal regime voor bestuurdersbeloningen in vergelijking met arbeidsinkomen (werknemersbeloningen).

Toepassing van de vrijstellingsmethode is dus alleen toegestaan als de betreffende directeur of commissaris kan aantonen dat het andere verdragsland belasting heft over zijn bestuurdersbeloning en dat deze inkomsten in dat land voor de belastingheffing niet gunstiger worden behandeld dan normale arbeidsbeloningen.

Streep onder de vrijstellingsmethode

De goedkeuring om de vrijstellingsmethode te kunnen toepassen voor buitenlandse bestuurdersbeloningen wordt ingetrokken. Dat is aangekondigd in de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020 (NFV). Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën wil een streep zetten onder de vrijstellingsmethode omdat bestuurderswerkzaamheden veelal niet hoeven te worden verricht in het land waar de vennootschap is gevestigd. Er is daarom geen reden om deze inkomsten nog langer vrij te stellen.

In antwoorden op Kamervragen over de NFV zegt de staatssecretaris over de voorkomingsmethode voor bestuurdersbeloningen het volgende: “Indien een in Nederland wonende directeur (of commissaris) van een buitenlandse vennootschap in het betreffende andere land geen belasting zou betalen over zijn beloning, dan geeft Nederland geen vrijstelling.”

Tegenstrijdig

Het valt de WFR-auteurs op dat in dit antwoord de eerder gegeven reden om de goedkeuring in te trekken niet lijkt terug te komen. Zij vinden dit opmerkelijk. De aangekondigde intrekking van de goedkeuring in het Besluit uit 2008 lijkt nu twee verschillende oorzaken te hebben. “Enerzijds wordt aangegeven dat de reden is dat de werkzaamheden veelal niet in het land worden verricht waar de vennootschap is gevestigd. Anderzijds wordt geantwoord dat de reden zou zijn dat het andere land (waar de vennootschap gevestigd is) geen belasting heft.”

Niet bestaand probleem

Volgens de WFR-auteurs is de reden die de staatssecretaris geeft een oplossing voor een niet bestaand probleem. Als de bestuurdersbeloning in het andere land niet in de heffing wordt betrokken, is sowieso de verrekeningsmethode van toepassing. Er is dan namelijk niet voldaan aan de voorwaarden van de vrijstellingsmethode. Verder is het maar de vraag of het uitgangspunt, dat de werkzaamheden veelal niet worden verricht in het land waar de vennootschap is gevestigd, correct is en of hier onderzoek naar is gedaan.

Onnodig

“Het intrekken van de goedkeuring lijkt niet nodig,” zeggen de WFR-auteurs. “Dit zorgt er enkel voor dat de bestuurder voor zijn beloning in het beste geval op eenzelfde wijze wordt belast als werknemers. In alle andere gevallen worden bestuurdersbeloningen zwaarder belast. Dat verschil lijkt ons niet wenselijk, zeker niet gezien de summiere motivering om deze wijziging door te voeren ten aanzien van een probleem dat er niet is.”

Pleidooi voor een overgangsregeling

Ondanks het voornemen van de staatssecretaris is opmerkelijk genoeg de goedkeuring tot op heden niet ingetrokken. Mocht dit desondanks alsnog gebeuren dan pleiten de WFR-auteurs voor een overgangsregeling die bestuurders ook de nodige rechtszekerheid biedt. “Mocht er geen overgangsregeling komen, dan zouden bestuurders worden geschaad. Het wegvallen van de vrijstellingsmethode en het enkel nog kunnen toepassen van de verrekeningsmethode heeft mogelijk direct financiële invloed. De mogelijkheid om een bestaande situatie aan te passen, kan enige tijd vergen.”


------------------------------------------

Lees het hele commentaar in Weekblad Fiscaal Recht WFR 2021/55

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws, Navigatornieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

70

Gerelateerde artikelen