De Belastingdienst neemt in een 'vraag en antwoord' het standpunt in dat er geen recht bestaat op de specifieke box 3-vrijstelling als een (natura)uitvaartverzekering een zogenaamde terminaalclausule bevat.

De Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting van de Belastingdienst heeft op 3 december 2020 een vraag en antwoord over (natura)uitvaartverzekeringen gepubliceerd. In deze V&A neemt de Kennisgroep het standpunt in dat er geen recht bestaat op de specifieke waardevrijstelling in box 3 als een (natura)uitvaartverzekering de mogelijkheid biedt op een voorschot of een eerdere uitkering als de verzekerde terminaal ziek is.

In art. 5.10 onderdeel a Wet IB 2001 is een waardevrijstelling opgenomen voor ‘prestaties uit levensverzekeringen uitsluitend bestaande uit een kapitaalsuitkering bij overlijden van de belastingplichtige, zijn partner of een bloed- of aanverwant dan wel op prestaties in natura ter zake van de verzorging van de uitvaart’. De waarde is vrijgesteld als de som van de verzekerde bedragen of anders de waarde van die rechten, per persoon minder bedraagt dan € 7.348 (bedrag 2021).

De Kennisgroep geeft als argumentatie voor het vervallen van deze specifieke waardevrijstelling dat er geen sprake meer is van een uitsluitend bij overlijden verzekerde uitkering.

Belang voor de praktijk

Onder de vrijstelling van art. 5.10 onderdeel a Wet IB 2001 valt niet alleen de uitvaartverzekering (een levenslange verzekering bij overlijden) in kapitaal en natura maar ook de tijdelijke overlijdensverzekering. De Kennisgroep noemt in haar antwoord alleen de [natura]uitvaartverzekering en gaat voorbij aan de tijdelijke overlijdensverzekering. Wij gaan ervan uit dat het standpunt van de Belastingdienst ook ziet op deze tijdelijke overlijdensverzekeringen omdat deze verzekering ook valt onder art. 5.10 onderdeel a Wet IB 2001.

Momenteel zijn er acht verzekeraars die de mogelijkheid aanbieden van een voorschot en/of eerdere uitkering als de verzekerde terminaal ziek is. Deze terminaalbepaling houdt globaal in dat als de verzekerde volgens de behandelend arts terminaal ziek is en naar diens professioneel inzicht minder dan bijvoorbeeld 12 maanden te leven heeft, de verzekeringnemer een voorschot krijgt op de verzekerde uitkering. Komt de verzekerde daarna te overlijden, bij een tijdelijke overlijdensverzekering vóór de overeengekomen einddatum, dan wordt het resterende deel van de verzekerde uitkering op dat moment uitgekeerd.

Het idee bij deze terminaalbepaling is om de verzekeringnemer nog tijdens het in leven zijn van de verzekerde middelen te verschaffen voor een laatste wens en voor extra zorgkosten.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

  518
Gerelateerde artikelen