Een vrouw brengt de door haar betaalde hypotheekrente in aftrek. De inspecteur weigert de aftrek omdat de woning eigendom is van haar zus. De rechters zijn het daar mee eens.

De zaak (Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2830) gaat als volgt. Een vrouw woont samen met haar man in een woning die eigendom is van haar zus. De woning heeft twee voordeuren en kent gescheiden woongedeelten. In het ene gedeelte woont de vrouw en haar man. In het andere gedeelte woont de zus met haar kinderen. De woning is gefinancierd met een hypothecaire geldlening die op naam staat van de vrouw en haar zus (hoofdelijk medeschuldenaar). De beide zussen betalen de hypotheekrente vanaf een gezamenlijke rekening.

Bij de aangifte inkomstenbelasting trekt de vrouw haar deel van de betaalde hypotheekrente af. De inspecteur weigert de aftrek omdat de vrouw geen eigenaar van de woning is. Zowel rechtbank als hof geven de inspecteur gelijk. Omdat de vrouw geen eigendom heeft kan er geen sprake zijn van een eigen woning en dus ook niet van aftrek van eigenwoningrente. Het feit dat zij hoofdelijk verbonden is voor de hypotheekschuld die zij met haar zus is aangegaan, maakt dit niet anders.

Ook is er geen sprake van economische eigendom omdat niet is gebleken dat de waardeveranderingen van de woning haar (of haar partner) aangaan. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

Belang voor de praktijk

Voor de aftrek van hypotheekrente vereist de wet in artikel 3.111, eerste lid, Wet IB 2001, (economische) eigendom van de vrouw of haar man. Daarvan is hier geen sprake. Zij heeft daarom geen recht op renteaftrek. Dat oogt wellicht wat onrechtvaardig omdat zij wel als medeschuldenaar op de lening is opgenomen, maar is dat bij nader inzien niet omdat de schuld haar per saldo niet aangaat.

Afdeling 2 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek biedt inzicht als er sprake is van meerdere schuldenaren. Iedere schuldenaar is voor het geheel aansprakelijk voor de schuld. Als de vrouw door de geldverstrekker wordt aangesproken dan zal zij moeten betalen. Hetgeen ze voor haar zus betaalt, kan ze van haar terugvorderen ('regresrecht'). Daarvoor is de onderlinge rechtsverhouding beslissend. In deze casus heeft de zus de volledige eigendom van de woning verworven. In de onderlinge verhouding gaat de schuld de zus dan ook volledig aan.

De vrouw kan de betaalde hypotheekrente wel aftrekken als er sprake is van 'economische eigendom'. Dat is het geval als zij met haar zus heeft afgesproken dat de waardeveranderingen van de woning haar (of haar partner) aangaan.

 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

98

Gerelateerde artikelen