Een hogere eigen inleg van één van de samenwonende partners bij aankoop woning leidt niet tot een vergoedingsrecht en vanwege verjaring ook niet tot een regresvordering. Dat besluit Rechtbank Rotterdam.

De zaak (6 maart 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:1852) verloopt als volgt. Een man en een vrouw zijn ongehuwd samenwonend zonder samenlevingscontract. Zij kopen op 5 oktober 2015 gezamenlijk een woning. De man brengt € 150.000 eigen vermogen in. De man lost € 100.000 af op de hypotheek. Hij betaalt ook ruim € 118.000 verbouwingskosten. En hij betaalt alle aflossingen op de hypotheek. Dit alles binnen vijf jaar voordat partners uit elkaar gaan.

De relatie eindigt en de man stelt dat hij vergoedingsrechten heeft ten opzichte van de vrouw tot een bedrag van in totaal ruim € 200.000. De wet kent echter geen regeling voor vergoedingsrechten tussen informeel samenwoners. Zie onder andere de volgende uitspraken: Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:707 en Hoge Raad 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1571. De rechter willigt de eis tot toekennen van vergoedingsrechten dan ook niet in.

De man beroept zich terecht op art. 6:10 lid 1 en 2 BW waarin is opgenomen dat een hoofdelijk schuldenaar verantwoordelijk is voor de evenredige schuld die hem aangaat. Volgens dit artikel kan er een regresvordering ontstaan als één van de partijen een hogere eigen inbreng doet dan de ander. Echter, art. 3:307 BW en art. 3:310 BW laten zien dat een vordering na vijf jaren is verjaard. Dat concludeert ook de rechter. Daardoor heeft de man geen recht meer op de helft van zijn € 150.000 eigen inbreng tijdens de aankoop van de woning. De overige bedragen die binnen de vijf jaarstermijn vallen zullen wel verrekend moeten worden.

Belang voor de praktijk

Is iemand samenwonend controleer dan altijd het samenlevingscontract. Is die er niet, laat die dan notarieel opmaken. Bovenstaande had eenvoudig voorkomen kunnen worden door een bepaling op te nemen dat een verjaringstermijn voor vorderingen over en weer pas ingaat op het moment dat de samenleving is ontbonden.

Een cijfermatig voorbeeld maakt het verschil tussen wel of geen bepaling inzichtelijk.

Aankoop woning: € 400.000 6 jaar geleden
Inleg man: € 150.000 zonder bepaling in een samenlevingscontract
Hypotheek: € 250.000
Waarde woning nu: € 500.000
Verdeling na 6 jaar: (€ 500.000 - € 250.000) / 2 = € 125.000
   
Aankoop woning:  € 400.000 6 jaar geleden
Inleg man: € 150.000 met bepaling in een samenlevingscontract
Hypotheek: € 250.000
Waarde woning nu: € 500.000
Verdeling na 6 jaar: (€ 500.000 - € 250.000 - € 150.000) / 2 = € 50.000
De man ontvangt daarnaast ook de investering van € 150.000 terug.

 

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Verbintenissenrecht, Huwelijksvermogensrecht

239

Gerelateerde artikelen