Sinds in 2010 het begrip vaste inrichting (vi) in de btw, samen met de plaats van dienst-regels, op de schop werd genomen, bestaat veel discussie over de vereisten waar een inrichting aan moet voldoen om een vi te zijn. Dat schrijft btw-expert Simon Cornielje in het Tijdschrift fiscaal ondernemingsrecht. In het artikel brengt de fiscalist in kaart wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de voorwaarden voor het vormen c.q. bestaan van een vi in de btw.

Met name sinds 2010, toen het vi-begrip voor het eerst in een Europese uitvoeringsverordening werd gecodificeerd, is een aanzienlijk aantal prejudiciële vragen bij het Hof van Justie van de Europese Unie neergelegd voor nadere interpretatie van het begrip. De antwoorden van het Europese hof hebben daarbij regelmatig aanleiding gegeven tot onduidelijkheid en (dus) nieuwe vragen. "Het vi-begrip in de btw houdt de gemoederen daarom behoorlijk bezig", stelt Cornielje, die in het dagelijks leven bijzonder hoogleraar indirecte belastingen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en belastingadviseur bij PwC.

Hij schrijft dat de discussie mede wordt veroorzaakt doordat belastingdiensten in verschillende lidstaten het vi-begrip nogal eens gebruiken om heffingsbevoegdheden naar zich toe te trekken waarbij de drempel voor het vi-begrip in sommige gevallen bijzonder laag blijkt. "Het daaruit voortvloeiende risico op dubbele belasting is voor rekening van belastingplichtigen", constateert de fiscalist.

Personeelsvereiste in de vi

De vi in de btw is een inrichting die wordt gekenmerkt door een voldoende mate van duurzaamheid en een - wat personeel en technische middelen betreft - geschikte structuur om diensten af te nemen of prestaties te verrichten. In dat kader vraagt Cornielje zich af het peroneelsvereiste nog wel past in deze huidige, digitale tijd.

De hoogleraar stelt echter dat er geen systematische noodzaak is om de drempel voor het vi-begrip te verlagen om daarmee te voldoen aan de eisen van het digitale tijdperk. Uit zijn artikel vloeit eerder het tegenovergestelde voort: "Belastingplichtigen zijn in algemene zin gediend met een niet al te lage drempel voor het aannemen van een vi en zijn bovenal gebaat bij rechtszekerheid. Het wegnemen van de personeels-eis uit het vi-begrip is in die zin naar mijn indruk onnodig en onwenselijk", zo concludeert hij.

----------------------------------------

Uitgever en redactie van het Tijdschrift fiscaal ondernemingsrecht hebben besloten het artikel van Simon Cornielje 'Functie elders? Het begrip vaste inrichting in de btw' (TFO 2024/190.1) vrij te geven op het informatieplatform InView.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws, Navigatornieuws

Rubriek: Omzetbelasting

Focus: Focus

1164

Gerelateerde artikelen