De zogenoemde planbatenheffing is de meest in het oog springende maatregel in de woonparagraaf uit het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB om de woningmarkt vlot te trekken. De hoogleraren Erwin van der Krabben (gebiedsontwikkeling Radboud Universeit) en Edwin Buitelaar (grond- en vastgoedontwikkeling Universiteit Utrecht) scharen zich achter een dergelijke heffing maar pleiten er niet voor de waardestijging van grond na bestemmingswijziging volledig te belasten.

Vóór het hoofdlijnenakkoord tekende zich al een meerderheid in de Tweede Kamer af voor invoering van een zogenoemde planbatenheffing voor grondeigenaren, zo bleek tijdens een Kamerdebat in maart dit jaar over woningbouw. Dat is een belasting op de stijgende grondwaarde als de bestemming van een stuk grond wijzigt, van bijvoorbeeld een agrarische naar een woonbestemming.

"Je moet niet alles willen afromen", zegt Van der Krabben in het FD. "Er moet een prikkel zijn voor de huidige grondeigenaren om hun grond te verkopen. Maar de heffing moet wel substantieel zijn." Vanuit 'een rechtvaardigheidsargument’ is een planbatenheffing echter prima te verdedigen, stelt Buitelaar. "Landbouwgrond bijvoorbeeld kost €7 à €8 per vierkante meter. Maar krijgt datzelfde stuk grond door een verandering van het bestemmingsplan een woonfunctie, dan schiet de waarde plots met honderden euro’s omhoog." Grond wordt zo duurder, waarbij de opbrengst nu volledig toekomt aan de grondeigenaar, zonder dat hij daar iets voor heeft gedaan, zo constateert Buitelaar.

Van der Krabben verwacht dat projectontwikkelaars de heffing moeten betalen. "Deze belastingmaatregel is echter absoluut geen quick win voor de woningbouwopgave. De komende jaren zijn subsidies waarschijnlijk nog steeds nodig om projecten over de streep te trekken", zo voorspelt de hoogleraar. 

Volgens Buitelaar is een belasting op braakliggende grond met een woonfunctie een veel ‘directer instrument’ om de woningbouw te versnellen. Deze heffing maakt het bezitten van bouwgrond duurder en geeft eigenaren een prikkel om de grond daadwerkelijk te gaan ontwikkelen. Ook deze belastingmaatregel keert terug in het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie.

Van der Krabben twijfelt over de effectiviteit van deze maatregel. "In de meeste situaties waarin bouwgrond braak blijft liggen, willen ontwikkelaars wel beginnen met de bouw, maar kan het project financieel niet uit. Dan kun je wel belasting gaan heffen, maar daar schiet niemand iets mee op", aldus de hoogleraar in de krant.

Bron: FD

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

642

Gerelateerde artikelen