Op 15 oktober 2026 werd in De Balie te Amsterdam gesproken over de status en positie van Kennisgroepstandpunten. De bijeenkomst werd georganiseerd door de jongerentak van de NOB, de Jonge Orde van Belastingadviseurs (JOB). Zo’n 80 mensen van de JOB en Jong Belastingdienst waren aanwezig. Het onderwerp werd verkend in drie lezingen, verzorgd door sprekers van de Belastingdienst, de wetenschap en de fiscale adviespraktijk.
Hoewel Kennisgroepstandpunten de eenheid van beleid bevorderen en inspecteurs en belastingadviseurs praktische houvast geven, roepen hun juridische status, het groeiende aantal standpunten en hun invloed op de handelingsruimte van inspecteurs en adviseurs vragen op. Dat bleek in ieder geval tijdens de bijeenkomst, waarvan hieronder akte.
Van besloten werkgroep naar openbare kennisbank
In de sfeervolle, muntgroen-witte zaal ‘De Salon’ van De Balie beet Paul van Agthoven van de Belastingdienst het spits af met een uiteenzetting over het ontstaan, de ontwikkeling en de toekomst van de kennisgroepen. De voorlopers van kennisgroepen waren werkgroepen die in de jaren negentig actief waren. Waar de werkzaamheden van kennisgroepen lange tijd grotendeels aan het zicht van de fiscale praktijk waren onttrokken, veranderde dat vanaf 2020. Publicatie van kennisgroepstandpunten kwam toen op de agenda, waarna Woo-verzoeken volgden en eind maart 2023 een afzonderlijke website met kennisgroepstandpunten in gebruik werd genomen.
Van Agthoven benadrukte het belang van Kennisgroepstandpunten voor de eenheid van beleid en uitvoering. Daarnaast kunnen zij volgens hem bijdragen aan de rechtsbescherming, een opmaat vormen voor wetgeving en belastingplichtigen vooraf meer zekerheid geven, met behoud van de mogelijkheid een kwestie aan de rechter voor te leggen. Uit de presentatie bleek bovendien dat op 13 oktober 2026 in totaal 1165 standpunten waren gepubliceerd en dat 8426 mensen op de nieuwe publicaties waren geabonneerd.
Met het oog op de toekomst schetste de spreker een ontwikkeling waarbij de kennisgroepen steeds meer gebruik zouden kunnen maken van nieuwe technologie. De geschiedenis van betrekkelijk besloten werkgroepen staat daarmee in scherp contrast met de huidige openbare kennisbank en mogelijk een steeds verder gedigitaliseerde werkwijze.
Wetenschappelijk onderzoek naar positie kennisgroepen
Nadat Van Agthoven vriendelijk was bedankt voor zijn bijdrage, gaf dagvoorzitter Menno de Wit het woord aan promovenda Fleur Vette (Universiteit Leiden). De promovenda is momenteel bezig met een promotieonderzoek naar kennisgroepen. Zij plaatste hun ontwikkeling in een lange, historische lijn. Daarbij wees zij onder meer op het streven naar eenheid in beleid en het tegengaan van ‘inspectieshoppen’, de dienstvergaderingen vennootschapsbelasting tussen 1967 en 1987 en de oprichting van de Coördinatiegroep Taxhavens in 1984.
Volgens Vette nemen kennisgroepen inmiddels een prominente plaats in de fiscale praktijk in. Zoals net ook al is gezegd, zijn thans meer dan duizend standpunten gepubliceerd. Over de verhouding tussen de inspecteur en de belastingadviseur is al veel bekend, maar over hun verhouding tot de kennisgroepen bestaat volgens haar nog veel onduidelijkheid.
In de praktijk blijkt voor zowel inspecteurs als adviseurs niet duidelijk welke ruimte voor hen overblijft. Volgens Vette komt dit ook omdat niet duidelijk is welke positie de kennisgroepen innemen en hoe groot hun rol is. De visies hierover lopen zowel binnen als buiten de Belastingdienst sterk uiteen – zo blijkt ook uit de houding van de zaal en sprekers. Soms is men van mening dat kennisgroepen zich een te grote rol aanmeten of dat hun standpunten feitelijk worden behandeld alsof zij wetgeving zijn. Anderen wijzen erop dat een belastingplichtige een afwijkend standpunt kan innemen en het geschil uiteindelijk aan de rechter kan voorleggen, waardoor meer sprake is van een ‘mening’. De promovenda gaf ook aan dat de standpunten worden gezien als een middel om compliant gedrag te bevorderen. Te denken valt dan aan een belastingplichtige die overeenkomstig het standpunt aangifte doet en vervolgens bezwaar maakt tegen de aanslag. Gelet op de sterk uiteenlopende visies is het volgens Vette voor de praktijk wenselijk als hier meer duidelijkheid in komt.
Adviseur moet zelfstandig blijven toetsen
Léon Wijsman (partner bij NautaDutilh) besprak de Kennisgroepstandpunten vanuit het perspectief van de belastingadviseur. Hij stond onder meer stil bij de zienswijze van de Sectie Formeel Belastingrecht van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, waar hij onderdeel van uitmaakt. Die sectie juicht de grotere transparantie toe die Kennisgroepstandpunten brengen, en pleit tegelijkertijd voor verduidelijking en verankering van de formele aspecten van Kennisgroepstandpunten. Inmiddels is hierin grotendeels voorzien door de kennisgroep formeel recht van de Belastingdienst. Ook zou de praktijk volgens de sectie gebaat zijn bij een overzicht van geldende, gewijzigde en vervallen standpunten, gerangschikt per wetsartikel of onderwerp.
Lopende de avond kwam het congres van de Belastingdienst over Kennisgroepstandpunten van 6 november 2025 ter sprake (waarvan het verslag is gepubliceerd in WFR 2026/25), waar Wijsman zelf ook bij was en deel uitmaakte van de sprekers. Op dit congres stond de openbaarheid van Kennisgroepstandpunten als dagthema centraal. Tijdens dit congres ging Wijsman onder meer in op het zogeheten ‘pleitbaar standpunt’ in het verlengde van de Kennisgroepstandpunten.
Een Kennisgroepstandpunt bindt de belastingplichtige volgens Wijsman niet. Wie ervan afwijkt, moet er uiteraard wel voor zorgen dat het ingenomen standpunt ten minste pleitbaar is. Het enkele feit dat een belastingplichtige een andere positie inneemt dan de inspecteur, betekent niet dat die positie onpleitbaar is. Duidelijk wordt ook dat de Kennisgroepstandpunten voor horizontaal toezicht van groot praktisch belang zijn, omdat fiscaal dienstverleners relevante standpunten die tot een verschil van inzicht kunnen leiden doorgaans vóór indiening van de aangifte met de Belastingdienst moeten afstemmen.
Wijsman betrok bij zijn lezing ook de beroeps- en gedragsregels van de NOB. Daarbij wierp hij de vraag op of maatschappelijke opvattingen, de belangen van stakeholders en de maatschappelijke aanvaardbaarheid van fiscale posities de betekenis van het pleitbaar standpunt zouden kunnen beïnvloeden of ondergraven. De opvatting van de Belastingdienst zou daardoor mogelijk een steeds grotere rol kunnen spelen in het overleg tussen adviseur en cliënt.
In conclusie: de Kennisgroepstandpunten worden over het algemeen gezien als een positieve ontwikkeling en tegenover hen is een positieve grondhouding. Zo draagt de transparantie bij aan een gelijker speelveld tussen adviseurs en medewerkers van de Belastingdienst. Daarbovenop bieden de standpunten praktische handvatten.
Tegelijkertijd blijft voortdurende toetsing aan wet en jurisprudentie noodzakelijk. Adviseurs moeten daarom voldoende oog houden voor de juridische status van de standpunten, de onderliggende casuïstiek en de manier waarop rechters met de standpunten omgaan.
Panelgesprek: begrijpelijkheid en wildgroei
Omdat de tijd was gevlogen door de lezingen – het ontbrak de sprekers niet aan eloquentie – werd aan het einde nog een kort panelgesprek tussen hen gehouden. Daarbij zouden twee stellingen worden besproken, doch omwille van de tijd werd alleen de laatste stelling actief besproken. Ten overvloede zij vermeld dat de eerste stelling luidde dat kennisgroepstandpunten begrijpelijk moeten zijn voor de gemiddelde burger en niet uitsluitend voor fiscalisten. De tweede stelling luidde dat de wildgroei aan kennisgroepstandpunten het overzicht en de rechtszekerheid ondermijnt en dat daarom selectiever moet worden gepubliceerd. Door de prikkelende stellingen laaide de discussie al snel – op vriendschappelijke en academische wijze – op, en was sprake van een ware disputatie. Ook kwamen in het panelgesprek de belangrijkste spanningsvelden van de bijeenkomst samen: transparantie tegenover overzichtelijkheid en rechtseenheid tegenover ruimte voor een zelfstandige beoordeling door inspecteur, adviseur en rechter.
Bron: Tekst: Frank van der Salm
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen