De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft in een reactie op de internetconsultatie Besloten vennootschap met een maatschappelijk doel (BVm) voorgesteld om een zekere mate van fiscale faciliteiten open te stellen voor de BVm.

Nu in de internetconsultatie is aangegeven dat de BV met een BVm-status dezelfde fiscale status heeft als een BV zonder deze status en er geen verschil in fiscale behandeling ontstaat, is de vraag welke voordelen de BVm biedt. Indien met de BVm-status voldoende is gewaarborgd dat de ondernemer daadwerkelijk sociaal onderneemt, zou het binnen het huidige systeem passend kunnen zijn om voor de BVm fiscale faciliteiten open te stellen.

De BVm komt niet in aanmerking voor de ANBI-status, omdat de BV hiervan is uitgesloten. De NOB ziet geen principiële belemmering om aan de BVm de ANBI-status toe te kennen, mits aan de voorwaarden is voldaan.

Wat ook in het oog moet worden gehouden is dat toetsing van de handelingen door de BVm aan het arm’s-lengthbeginsel een andere uitkomst op kan leveren dan tussen onafhankelijke derden. Daarom adviseert de NOB om hieromtrent een overweging in de memorie van toelichting op te nemen om handvatten te bieden aan de praktijk en aan de Belastingdienst.

Ook geeft de NOB in overweging om de giftenaftrek van art. 16 Wet VPB 1969 voor BVm’s te verruimen, het mogelijk te maken dat een BVm tot de fiscale eenheid VPB kan gaan behoren en de gebruikelijkloonregeling voor een DGA van een BVm te versoepelen.

Aangezien het openstellen van fiscale faciliteiten voor de BVm een verdere verdieping vraagt, acht de NOB het denkbaar dat dit een separaat traject doorloopt, bijvoorbeeld als integrale herziening van het fiscale stelsel.

Bron: NOB

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Vennootschapsbelasting

  294
Gerelateerde artikelen