De letselschadevergoeding die iemand vanwege een ongeval ontvangt, behoort volledig tot de rendementsgrondslag van box 3. Dat oordeelt het Hof Amsterdam op 6 april 2017.
De zaak verloopt als volgt. Een man heeft vergoedingen ontvangen voor letselschade als gevolg van verkeersongevallen. De verzekeraar heeft deze op de bankrekening van de man uitbetaald. De man vindt dat het bedrag van de letselschadevergoeding dat op zijn rekening staat, niet tot de grondslag voor de box 3-heffing behoort.
 
Het Hof Amsterdam oordeelt echter anders. De Wet IB 2001 kent in box 3 namelijk geen vrijstelling voor letselschadevergoedingen. De man vindt dat de inkomstenbelastingwetgeving op dit punt onredelijk is. Het hof kan daar echter niets aan veranderen. Het is de rechter namelijk niet toegestaan de innerlijke redelijkheid en billijkheid van de wet te beoordelen. Ook het beroep van de man op de hardheidsclausule wijst het hof af. Die bevoegdheid is voorbehouden aan de Minister van Financiën.

Belang voor de praktijk

Het hebben van vermogen is niet alleen relevant voor de vermogensrendementsheffing maar ook voor de hoogte van een eventuele zorg- en huurtoeslag. Deze toeslagen zijn namelijk niet alleen afhankelijk van de hoogte van het inkomen, maar ook van het vermogen (= vermogenstoets). De herkomst van het vermogen is hierbij niet van belang. Op deze hoofdregel geldt in dit kader echter een belangrijke uitzondering. Artikel 9bis van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen stelt oude letselschadevergoedingen vrij voor de vermogenstoets. Degene die hier belang bij heeft, moet wel zelf een beroep doen op deze vrijstelling. Deze vrijstelling voor de vermogenstoets vervalt op 1 januari 2023.
 
De uitspraak van het hof leidde onmiddellijk tot Kamervragen. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft deze bij brief van 12 juni 2017 beantwoord. Hierin geeft de staatssecretaris onder meer aan dat er op grond van hardheidsclausulebeleid wel uitzonderingen zijn gemaakt. Het ging hierbij om bepaalde groepen van gevallen met lichamelijk of psychisch letsel. Telkens gaat het daarbij om vergoedingen en eenmalige uitkeringen op grond van bijzondere regelingen die op morele gronden speciaal voor deze groepen van gevallen tot stand zijn gekomen. De staatssecretaris noemt de volgende regelingen:
  1. De compensatieregeling van de Rooms-Katholieke Kerk Nederland voor slachtoffers van seksueel misbruik;
  2. De regeling op grond waarvan uitkeringen worden verstrekt uit het DES-fonds aan slachtoffers van het gebruik van DES-preparaten;
  3. De Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers;
  4. De Regeling tegemoetkoming financiële gevolgen in verband met functionele invaliditeit nieuwjaarsbrand Volendam en de Regeling tegemoetkoming in kosten nieuwjaarsbrand Volendam II.

 

Lees ook het thema Box 3.

 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

3

Gerelateerde artikelen